Mensen steken kerstverlichting aan als teken van hoop in tijden van coronavirus

Verschillende mensen, vooral in Amerika, melden op Twitter dat ze hun kerstverlichting opnieuw aangestoken hebben om het gezellig te maken in deze donkere tijden van het coronavirus.
Twitter Verschillende mensen, vooral in Amerika, melden op Twitter dat ze hun kerstverlichting opnieuw aangestoken hebben om het gezellig te maken in deze donkere tijden van het coronavirus.
De verspreiding van het coronavirus, de oproep tot ‘social distancing’, cafés, winkels en restaurants die sluiten,... De ‘donkere dagen’ van de coronacrisis doen bij veel mensen de nood ontstaan om licht te zien aan het einde van de tunnel. In de VS nemen sommigen dat letterlijk: ze steken hun kerstverlichting opnieuw aan om gezelligheid te creëren.

Onder de hashtag #lightsforlife beginnen verschillende mensen op Twitter foto’s te delen van kerstverlichting, die ze naar eigen zeggen opnieuw aangestoken hebben. “Als je dan toch vastzit in je eigen huis, kan je maar beter zorgen dat het er wat leuk uitziet, toch?”, zo luidt de redenering.

De trend vond zijn oorsprong in oproepen als deze op Twitter:

(Lees verder onder de tweets.)

Verschillende mensen postten vervolgens foto’s, en vertellen dat ze de daad bij het woord hebben gevoegd. In de commentaren verwijzen ze telkens naar het coronavirus.

De meeste tweets lijken afkomstig van mensen die in de Verenigde Staten wonen.




2 reacties

Alle reacties zijn welkom zolang ze voldoen aan de do's en don'ts die je hier kan terugvinden: gedragsregels. Elke dag ontvangen wij duizenden reacties, het kan enkele uren duren voor jouw reactie wordt geplaatst. Wordt jouw reactie afgekeurd dan werd er geoordeeld dat deze onze gedragsregels schendt.


  • Philomena Vanderweyen

    Op mijn terras steek ik al maanden een grote kaars aan die ik tot s'avond's laat, laat branden.Die lichtjes vind ik wel een gezellig idee mag gerust naar hier overwaaien,liefst zonder corona (grapje).

  • johan debue

    En plots lopen de kerken weer vol.