Meer dan 150 mensenrechtenactivisten gedood in Colombia sinds begin 2016

Een jong lid van FARC in de Colombiaanse jungle.
anp Een jong lid van FARC in de Colombiaanse jungle.
Sinds het begin van 2016 werden in Colombia al 156 mensenrechtenactivisten en leiders van organisaties gedood, en 500 anderen werden bedreigd. Dat hebben de autoriteiten vandaag aangekondigd.

"Tussen 1 januari 2016 en 1 maart 2017 zijn er 156 moorden, vijf gedwongen verdwijningen en 33 aanslagen geweest", aldus de dienst voor de bescherming van het volk, een openbare instelling die het respect voor de mensenrechten controleert, in een communiqué. "Een van de voornaamste redenen voor dit fenomeen is het bedoeling van illegale gewapende groepen om de gebieden in te nemen waaruit de Farc-rebellen zich momenteel terugtrekken, om de controle te krijgen over de illegale economieën die de oorlog in Colombia hebben gefinancierd."

Voorzitter van de dienst Carlos Negret roept de overheid op om "haar inspanningen te vergroten om een licht te werpen op de motieven van de daders van deze feiten, en op de individuele en collectieve beschermingsmechanismen om dergelijke aanvallen te vermijden." Daarnaast klaagt de dienst in het persbericht de "stigmatisering" aan van de sociale leiders en militanten, waardoor "het risico verhoogt" om aangevallen te worden.

De Colombiaanse president Juan Manuel Santos heeft eind november een vredesakkoord ondertekend met de Farc-rebellen, de oudste guerilla in het land die zowat 7.000 strijders telt. Om tot een "volledige vrede" te komen, heeft hij op 7 februari ook gesprekken gestart met ELN, de laatste actieve rebellen die zowat 1.500 strijders telt.