Kroatische stad Vukovar verbiedt gebruik van het Servisch

Archiefbeeld.
AP Archiefbeeld.
De Oost-Kroatische stad Vukovar heeft de Servische minderheid verboden op ambtelijk vlak nog gebruik te maken van de Servische taal. Met dat besluit gaat het stadbestuur lijnrecht in tegen de Kroatische grondwet. Eigenlijk is het verbod geen zaak van tweetaligheid: beide ex-Joegoslavische bevolkingsgroepen spreken Servo-Kroatisch, maar Zagreb gebruikt het Latijnse schrift, Belgrado het Cyrillisch. Voortaan moet wie in Vukovar Cyrillisch schrijft, een boete betalen. De Servische regering heeft al laten weten tegen deze "overtreding van internationale verplichtingen" te zullen protesteren.

De grondwet van EU-lidstaat Kroatië schrijft voor dat de "tweetaligheid" overal gegarandeerd moet worden waar de Serviërs meer dan een derde van de bevolking uitmaken. Dat is in Vukovar het geval.

De stad kreeg het bij het begin van de Joegoslavische burgeroorlog (1991-1994) bijzonder zwaar te verduren. Zij kreeg daardoor de bijnaam het "Kroatische Stalingrad". Vukovar werd het toneel van twee etnische zuiveringsacties, eerst door het Joegoslavische Volksleger en Servische milities, die de stad toevoegden aan de zelfuitgeroepen Servische Republiek van de Krajina, in 1995 door de Kroaten tijdens de zuiveringsactie 'Operatie Storm'. Het officieel als "heldenstad" beschouwde Vukovar is, twintig jaar na de burgeroorlog, nog steeds niet heropgebouwd. Ook in de plaatselijke geesten blijft de etnische verdeeldheid spelen.