Kim Jong-un: "Wij zullen niet als eerste een kernwapen gebruiken"

De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un
AFP De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un
Noord-Korea is bereid de banden met landen die vijandig tegenover het land staan 'te normaliseren'. Dat heeft de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zondag gezegd. Volgens internationale persbureaus liet hij ook optekenen dat het als 'verantwoordelijke' kernmacht niet als eerste gebruik zal maken van nucleaire wapens, behalve als zijn soevereiniteit wordt bedreigd door kernwapens.

De Noord-Koreaanse leider zei ook dat Noord-Korea zijn verplichtingen zal nakomen voor non-proliferatie en dat het streeft naar wereldwijde denuclearisatie. Het is niet voor het eerst Kim Jong-un dergelijke uitspraken doet, ondanks dat hij geregeld Zuid-Korea en de Verenigde Staten dreigt met een kernaanval. In januari van dit jaar heeft Pyongyang een nucleaire test uitgevoerd. Vrijdag prees hij de nucleaire prestaties van zijn land nog de hemel in.

Kim Jong-un, die na de plotselinge dood van zijn vader de leiding over het land overnam, sprak tijdens het zevende congres van de heersende Arbeiderspartij dat vrijdag is begonnen. Het is voor het eerst in 36 jaar dat het congres plaatsvindt.

Economisch plan

De vorige leider, Kim Jong-il, had zo'n partijcongres niet nodig, zegt Noord-Korea-expert Remco Breuker. 'Die was verzekerd van zijn macht', zegt hij. 'Dat ligt anders bij zijn zoon die op z'n zachtst gezegd niet zo lekker ligt binnen de partij. Hij moet nu dus laten zien wie de baas is. En hij moet ervoor zorgen dat hij niet aan de kant wordt geschoven.'

Kim Jong-un kwam tijdens het congres ook met een economisch vijfjarenplan voor zijn noodlijdende land. Hij wil onder andere het elektriciteitsnetwerk aanpakken. Verder details over hoe hij het internationaal geïsoleerde land uit het slop wil halen zijn niet bekend gemaakt. Maar volgens Noord-Korea-specialist Michael Madden is het al heel wat dat hij überhaupt verantwoordelijkheid neemt op economisch gebied. 'Dat deed zijn vader nooit', zegt hij tegen persbureau Reuters.