Moslima terecht ontslagen omwille van hoofddoek

UNKNOWN
Het Antwerpse arbeidshof heeft beslist dat beveiligingsspecialist G4S wel degelijk het recht had om een moslima te ontslaan die pertinent weigerde om zonder haar hoofddoek te werken. In het bedrijf geldt immers een neutraliteitspolitiek die alle werknemers verbiedt om tekens van politieke, filosofische of religieuze overtuiging te dragen tijdens het werk.

De vrouw trad in 2003 in dienst bij G4S als receptioniste en werd te werk gesteld bij klant Atlas Copco. Toen al bestond de ongeschreven regel dat alle werknemers een strikte neutraliteit moesten naleven. Ze hield zich daar drie jaar aan zonder te protesteren.

Ontslag
In 2006 gaf ze echter te kennen dat ze haar hoofddoek tijdens de werkuren wilde dragen. Dat werd echter geweigerd door de directie. Ze hield voet bij stuk en werd uiteindelijk ontslagen met betaling van een opzeggingsvergoeding.

De moslima vond dat G4S misbruik had gemaakt van zijn ontslagrecht en vorderde zes maanden loon als schadevergoeding. Ze voerde aan dat zowel haar ontslag als het hoofddoekverbod een niet toegelaten discriminatie vormde op basis van haar geloofsovertuiging.

Niet omwille van godsdienst
De arbeidsrechtbank en nu ook het arbeidshof gaven haar ongelijk. Ze werd niet ontslagen omwille van haar islamitische godsdienst, maar omdat ze ondanks het verbod toch religieuze tekens bleef dragen.

Het verbod geldt bovendien voor alle werknemers, dus ook voor katholieken, atheïsten, agnosten, etc. Er is volgens het arbeidshof dan ook geen sprake van discriminatie. (belga/adha)