Iraakse president al-Maliki stelt militieleden ultimatum

De Iraakse president Nouri al-Maliki heeft de militieleden van het sjiitische Mahdi-leger in de havenstad Basra een ultimatum gesteld. Wie in de komende 72 uur zijn wapens afgeeft en een verbintenis onderschrijft, zal niet vervolgd worden. Voor alle andere strijders zullen "strenge straffen" volgen, luidde het in een verklaring van de sjiitische regeringsleider. Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken zei op de staatstelevisie dat de veiligheidstroepen een wijk in Basra al hebben "bevrijd".

De regering is gisteren een offensief tegen het Mahdi-leger in Basra begonnen. De militie behoort tot de beweging van de radicale schriftgeleerde Moqtada al-Sadr, de dertigjarige zoon van grootayatollah Mohammed Sadiq al-Sadr, die in 1999 door de Iraakse veiligheidsdienst werd gedood. Ooggetuigen in Al-Amara, 400 kilometer ten zuiden van Bagdad, verklaarden dat het Mahdi-leger de controle over bijna heel de stad heeft verworven. "Er zijn zo goed als geen soldaten op straat te zien", zei een van hen.

Bij een aanval op de "groene zone" in Bagdad werden volgens Arabische mediaberichten minstens twee burgers gewond. Het door betonnen muren omgeven gebied aan de oever van de Tigris, waar onder andere de Amerikaanse ambassade en de zetel van het parlement zijn gevestigd, wordt door Iraakse en Amerikaanse soldaten streng bewaakt. (afp/adv)