Ierland klaagt Groot-Brittannië aan om folterpraktijken

THINKSTOCK
Ierland klaagt in een geval van mogelijke folterpraktijken van het leger in Noord-Ierland, meer dan 30 jaar na het eerste vonnis, Groot-Brittannië opnieuw aan voor het Europees Hof van de Mensenrechten. Dat deelde Buitenlandse Zaken in Dublin gisteren mee. Britse militairen zouden in de periode van de Noord-Ierse burgeroorlog 14 vermoede leden van de IRA tijdens verhoren gefolterd hebben.

De mannen zouden onder andere gedurende lange tijd een zwarte zak over het hoofd getrokken zijn om hen het zicht te ontnemen. Daarom ging de zaak als de "Hooded-Men-Case" de geschiedenis van Justitie in. Ze kregen niets te eten noch te drinken, werden met veel lawaai het slapen belet en werden geruime tijd in onaangename houdingen gedwongen. Het Europees Hof voor de Mensenrechten had in zijn oordeel van 1978 de beschuldiging van foltering echter niet weerhouden. Het ging enkel om een "onmenselijke en vernederende behandeling".

Intussen zijn er nieuwe inzichten, klinkt het in een mededeling van de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Charles Flanagan, die de beschuldiging van folterpraktijken hard maken. Onder andere had onlangs ook de mensenrechtenorganisatie Amnesty International geëist dat de zaak terug op de rol zou worden geplaatst. De betrokken mannen of hun vertegenwoordigers hadden via het Ierse High Court de regering aangemaand klacht in te dienen.