Hulpdiensten halen vaten cyanide weg van rampplek Tianjin

REUTERS
De hulpdiensten op de rampplek in Tianjin, de Chinese havenstad die vorige week getroffen werd door zware explosies in een opslagplaats van chemische goederen, halen honderden ton cyanide weg van de rampplek. Daar werden ook nog twee lichamen aangetroffen, wat de officiële dodentol op 114 brengt. Dat berichten Chinese staatsmedia.

Bij de ramp raakten 700 mensen gewond, 70 zijn nog vermist. Maar de jongste dagen baren vooral de gevolgen voor gezondheid en milieu grote zorgen. In de opslagplaats zou 700 ton van het uiterste giftige cyanide zijn opgeslagen. Het bedrijf had maar een vergunning voor 10 ton.

De vaten worden nu weggehaald. Volgens een lokale legercommandant Shi Luze tegenover het persagentschap Xinhua zijn de meeste vaten "onaangetast". De vaten die nog intact zijn, worden vervoerd per truck, de vaten die lekken worden eerst geneutraliseerd met waterstofperoxide. Volgens de verantwoordelijke bleven de gevaarlijke gassen op de site beperkt.

De Chinese eerste minister Li Keqiang bracht zondag een bezoek aan de havenstad. Hij bezocht er slachtoffers in het ziekenhuis en boog voor de portretten van brandweerlui die zijn omgekomen. Hij gaf ook het bevel snel informatie vrij te geven, maar dat bleek de voorbije dagen nog vaak een probleem bij officiële bronnen. Chinese media berichten erg kritisch over het gebrek aan transparantie, waarbij vooral de lokale autoriteiten ervan langs krijgen.