Het verdriet van een Nederlands gezin: 15 kinderen, 10 met kanker

Het gezin Pots, met vader Johan en moeder Marie.
Familiearchief Het gezin Pots, met vader Johan en moeder Marie.
Ooit lachte het leven hen toe. Maar toen kwam kanker in het bestaan van de vijftien telgen van Johan en Marie Pots in het Nederlandse Enter. Tien kinderen kregen de ziekte. Wie? "Je kunt beter vragen wie er geen kanker bij ons heeft."

Op de keukentafel ligt een zwartwitfoto uit gelukkiger tijden. Het voltallige gezin Pots in 1965, verenigd bij het 25-jarig huwelijksfeest van vader Johan (°1912) en moeder Marie (°1920). Erik Pots en zijn zus Marian Sanders-Pots doen hun verhaal over het onbegrijpelijke leed in hun familie en weten ook zelf uit ervaring wat het betekent om kanker te hebben. Bij haar werd vier keer huidkanker geconstateerd, hij werd behandeld voor prostaatkanker.

20 jaar ziekte
De familie Pots vecht al sinds 1995 tegen kanker. Vader en moeder overleden beiden aan kanker. Broer Henk overleed na een hartstilstand. Marian moet goed nadenken wanneer wie is geboren, welke broers en zussen nu nog behandeld worden en wie 'schoon' zijn.

"De eerste van ons die ziek werd, was Gerda. In 1995", zegt ze. Gerda is als enige van de kinderen aan kanker overleden. In 2005. "Ik weet nog dat moeder zich afvroeg van wie ze die borstkanker toch kon hebben."

Moeders kant
De kinderen Pots weten zeker dat de ziekte van moeders kant komt. Marian: "Mijn moeder kwam uit een gezin van tien kinderen. Ze had zes zussen en drie broers. Vier zijn er overleden aan borst-, lever-, nier- en keelkanker, twee aan longkanker. Van vaders kant was er maar één die de ziekte had."

Ook bij de kinderen van Johan en Marie komen veel verschillende soorten kanker voor. Huidkanker, borstkanker, prostaatkanker, blaaskanker, nierkanker: de lijst lijkt eindeloos. Erik: "Onze ouders hadden het ook. Ik weet nog dat mijn vader af en toe een 'gouden spuit' kreeg en dan kon hij er weer even tegen. Mijn moeder is gestorven aan nierkanker toen ze 82 jaar was."

"Toen bij de eerste van ons prostaatkanker werd ontdekt, kregen we het advies van de behandelende arts om allemaal de bloedwaarden te laten prikken. Dat hebben we als broers niet tegelijk gedaan. Ik kwam er als enige uit met een te hoge waarde. Mijn arts zei 'het kan een blaasontsteking zijn'. Ga eerst maar eens met vakantie en dan prikken we nog eens. Maar bij de tweede keer was het echt mis. Ja, en dan ga je het traject in."

"Kort daarna kregen ook mijn andere twee broers, die zich nog niet hadden laten testen, te horen dat ze kanker hadden. Het is extreem. In twee maanden tijd drie gediagnosticeerd met kanker. Ik ben nu klaar, maar mijn broers Theo, Harry en Gerard zitten er nog middenin. Vooral Gerard heeft het nu enorm zwaar. Ik denk elke dag aan hen en weet precies wat ze doormaken."

Geen onderzoeken
Of het te verklaren is dat zoveel familieleden aan de ziekte lijden? "Aan onderzoeken of je laten testen werd niet gedaan in de tijd van mijn ouders'', zegt Marian. "We spraken er niet eens over. Dat deed je toen niet." Toch denkt zij dat er een link moet zijn.

"Het kan geen toeval of pech zijn, er moet een link liggen. Dat kan niet anders." Maar de medische wetenschap tast in het duister. De familie vermoedt dat dat komt door de grote verscheidenheid aan soorten kanker. "Het genetisch materiaal communiceert niet met elkaar. De grondslag is heel moeilijk te bepalen."

Marian heeft een troost: "We kunnen er onderling heel goed over praten. We waren al heel hecht, elkaar helpen, er altijd voor elkaar zijn, en dat is alleen maar meer geworden." Ze gaat op haar eigen manier met de situatie om door haar gevoelens in gedichten uit te drukken. "Je hebt het niet voor het zeggen wat je voor je kiezen krijgt, maar je bepaalt wél zelf hoe je ermee omgaat. Vallen is niet erg, blijven liggen wel."