Genen spelen mee een rol in leeftijd ontmaagding

thinkstock
Uit een studie van het dna van meer dan 375.000 mensen blijkt dat de menselijke genen mee een invloed hebben op de leeftijd waarop mensen hun maagdelijkheid verliezen. Andere factoren die meespelen zijn de stabiliteit van het gezin, druk van leeftijdsgenoten, geloofsovertuiging en het type persoonlijkheid.

De samenstelling van de genen "legt voor 25 pct de leeftijdsverschillen uit waarop jongeren voor het eerst seks hebben", aldus Ken Ong van de universiteit van Cambridge. Hij is co-auteur van de studie die maandag gepubliceerd werd in het tijdschrift Nature Genetics.

Eerdere onderzoeken toonden al aan dat wie vroeg met seks begint eerder slechte schoolresultaten heeft, of een minder goede fysieke en mentale gezondheid. De meeste onderzoeken beklemtoonden de socio-culturele factoren die meespelen in de leeftijd van de eerste seksuele ervaring, maar ook biologische factoren spelen hierin een rol. "Het is dus een kwart nature, drie kwart nurture", aldus John Perry, expert aan de universiteit van Cambridge.

Van de 38 DNA-sequenties die de leeftijd van de eerste seksuele ervaring mee bepalen waren genen die de reproductieve biologie sturen, zoals de leeftijd van de puberteit. Andere genen sturen dan weer het gedrag en de persoonlijkheid. Een variant van een van die genen, genaamd CADM2, linkte een vroege start van iemand seksleven aan risicovol gedrag en een groot aantal kinderen. Een andere genetische variant lijkt erop te wijzen dat roodharige vrouwen hun maagdelijkheid later verliezen dan andere vrouwen.

Het onderzoek toont ook aan dat een vroege puberteit een klein maar rechtstreeks effect heeft op de leeftijd van de eerste seksuele ervaring en het eerste keer ouder worden. "Dit helpt ons bij toekomstige pogingen in preventief optreden om de puberteit van kinderen uit te stellen", aldus nog Perry.

Het DNA van meer dan 125.000 Britten tussen 40 en 69 werd onderzocht voor het eerste deel van het onderzoek, waar de 38 DNA-sequenties werden bepaald. De vaststellingen werden geverifieerd in een DNA-databank van 250.000 mannen en vrouwen uit de Verenigde Staten en IJsland.