Europese Commissie verwacht geen snelle ontknoping Griekse schuldencrisis

De Griekse premier Tsipras staat voor een belangrijke Europese top morgen.
AFP De Griekse premier Tsipras staat voor een belangrijke Europese top morgen.
De Europese Commissie koestert niet al te veel hoop dat er deze week een nieuw akkoord over de aanpak van de Griekse schuldenberg wordt bereikt. De gesprekken tussen de nieuwe regering in Athene en de zwaargewichten van de eurozone waren tot dusver "niet erg vruchtbaar", zei een woordvoerster van de Commissie.

Morgenavond kunnen de ministers van Financiën van de eurolanden op een speciaal belegde vergadering voor het eerst van gedachten wisselen met hun nieuwe Griekse collega Yanis Varoufakis. Een dag later reist premier Alexis Tsipras naar Brussel voor zijn eerste informele top met de Europese staatshoofden en regeringsleiders.

Een overeenkomst over de toekomstige aanpak van de Griekse schuldenberg hangt echter nog niet in de lucht. "De verwachtingen over een definitief akkoord deze week zijn laag", stelde de woordvoerster. Ze wees er wel op dat de ministers van Financiën van de eurolanden op 16 februari opnieuw vergaderen.

Regering zoekt alternatief

Eind deze maand verstrijkt het Europese steunprogramma voor Griekenland. De nieuwe door het linkse Syriza gedomineerde regering weigert een verlenging van het programma en een voortzetting van de draconische besparingskuur en het strakke toezicht dat de Grieken de voorbije jaren kregen opgelegd in ruil voor financiële steun.

De Griekse regering, die vanavond het vertrouwen van het parlement vraagt, werkt intussen aan een alternatief voor het steunprogramma. Ze aast op een overbruggingsovereenkomst van ongeveer 10 miljard euro in afwachting van een definitief akkoord over een schuldherschikking dat vanaf september in werking zou treden.

De regering zou zo'n 70 procent van de eerdere afspraken met de kredietverleners willen respecteren en de overige engagementen vervangen door hervormingen die afgesproken worden met de Oeso. Athene dringt ook aan op meer budgettaire ademruimte, met een primair begrotingsoverschot van 1,5 in plaats van de geplande 3 procent.