Europees Hof: ontslag om hoofddoek niet in strijd met mensenrechten

Moslima's demonstreren in 2004 tegen het Franse hoofddoekverbod.
EPA Moslima's demonstreren in 2004 tegen het Franse hoofddoekverbod.
Dat een Franse moslima haar baan in een ziekenhuis verliest omdat ze een hoofddoek draagt, is niet in strijd met de mensenrechten. Dat heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) beslist.

Het gaat om een zaak die stamt uit 2000, toen Christiane Ebrahimian op de psychiatrische afdeling werkte van een publiek ziekenhuis in Nanterre, een voorstad van Parijs. Ze kreeg te horen dat haar contract niet verlengd zou worden omdat patiënten hadden geklaagd over haar hoofddoek, die ze weigerde af te doen. Dat besluit mocht genomen worden, stelt het EHRM vijftien jaar later.

De Franse overheid verbiedt ambtenaren religieuze symbolen te tonen tijdens de werktijd. Een verbod dat ook geldt voor schoolkinderen en zelfs ouders die meegaan op klassenuitjes.

Herhaling van zetten

Het besluit van het EHRM past in een lijn van eerdere uitspraken over het onderwerp. Steeds overweegt de rechter dat het gaat om een afweging van belangen, zoals godsdienstvrijheid, het belang van de openbare orde of het belang van een strikte scheiding tussen kerk en staat. Ook in Turkse en Zwitserse zaken besloot het Hof dat de overheid de vrijheid moet hebben om die afweging te maken, dus ook om te kiezen voor een hoofddoekverbod.

Zo wees in 2005 het EHRM een klacht van een islamitische studente uit Turkije af die aan de universiteit van Istanbul van het volgen van colleges en examens was uitgesloten omdat ze weigerde haar hoofddoek af te doen. Turkije mag het dragen van een hoofddoek op universiteiten en hogescholen verbieden, bepaalde het EHRM toen. Het verbod ging niet in tegen onder meer het grondrecht op onderwijs en tegen vrijheid van godsdienst.