Er heeft altijd wel iemand een grotere

DE 'ONE PERCENT' SUPERRIJKEN HEBBEN ÓÓK ZO HUN FRUSTRATIES

AFP
De 'happy few' zijn helemaal niet zo happy. Uit onderzoek bij de rijkste Britten blijkt dat die zich ondanks hun grote weelde niet zelden misnoegd voelen. Waarom? Omdat er in hun omgeving mensen rondlopen die nog véél rijker zijn. Een doorn in het oog blijkbaar.

Wie in Groot-Brittannië jaarlijks minstens 165.000 euro verdient, mag zich bij de rijkste 1 procent van de bevolking rekenen. Maar die 'one percenters' gaan daarom nog niet fluitend door het leven, zo blijkt uit een onderzoek van de London School of Economics. Sociologe Katharine Hecht klopte aan bij dertig Britse 'one percenters', van wie een deel zich multimiljonair mag noemen. Want zélfs wie in vergelijking met die andere 99% van het land allesbehalve geldzorgen heeft, ligt kennelijk nog steeds in de knoop over zijn of haar bankrekening. Volgens de sociologe omdat de inkomensongelijkheid bij de rijkste 1 procent van het land enorm groot is. En dat steekt kennelijk zo de ogen uit dat hun gemoed eronder lijdt.

Zo geeft een topbankier met een salaris van enkele honderdduizenden euro's per jaar grif toe dat hij zichzelf eigenlijk maar een arme stakker voelt als hij naar het schoolfeest gaat. "Zo'n tien klasgenootjes van mijn kinderen hebben papa's en mama's met meer dan 100 miljoen pond. Dát is rijkdom in mijn ogen."

Geluksexpert Leo Bormans - schrijver van boeken als 'The World Book of Happiness' - valt niet van z'n stoel van het onderzoek. "Onlangs gaf ik een cursus aan rijke topmanagers in Amsterdam. Ik vroeg hen: 'Wat is het belangrijkste in je leven?' Dat bleken hun kinderen te zijn. Ik vroeg hen de naam van hun bankier, en die gaven ze me dan ook. Daarna vroeg ik hoe de juf of meester van hun kinderen heet - en die wist niemand. Dus wie ze hun geld toevertrouwen, kennen ze en wie zich om het allerbelangrijkste in hun leven bekommert niet? Dat klopt niet. Wat minder hard werken is de boodschap."

Zevende auto

Geld maakt volgens Bormans dus niet gelukkig, behalve voor zij die écht arm zijn. "Wie z'n basisbehoeften kan bevredigen, gaat zich niet veel gelukkiger voelen door daarna rijker te worden. Behalve wanneer je dat geld kan spenderen aan ervaringen of tijd. Je kan dus beter reizen of gaan studeren in plaats van een zevende auto kopen." Toch valt het bij veel mensen bijna niet in te prenten dat ze werkelijk ongelukkiger worden met meer geld. "Velen hebben de neiging om zich te vergelijken met wie meer heeft. Dan héb je een prachtig jacht in een havenstad, en dan voel je je triest omdat de boot van de buurman dubbel zo groot is. De truc is om alleen met jezelf te vergelijken. Kijk naar je bankrekening en ga na hoe je situatie tien of twintig jaar geleden was. Veel kans dat je er toen veel minder goed voor stond."


Moeten we nu medelijden hebben met de rijken? Niemand die het verdient z'n dagen ongelukkig te slijten. "Helemaal niet. Er is nog een gigantisch verschil tussen ongelukkig zijn als vluchteling omdat je leven in gevaar is en ongelukkig zijn omdat je buurman rijker is. De uitkomst van dit soort studies is zelfs een opkikker voor iedereen die krap bij kas zit: het gras is dus niet groener aan de overkant. De rijken moeten gewoon beseffen dat geld niet alles is."