Eerste zwarte president moet nu bewijzen dat hij niet grijs is

afp
Bijna vier jaar geleden werd Barack Obama verkozen als de eerste zwarte president van de VS. Een man met een bijzondere achtergrond, bijzondere talenten, een visionair, een leider die een politieke transformatie zou belichamen volgens zijn fans. Een politieke exoot, een culturele en ideologische radicaal die zijn echte intenties verstopte achter te populistische en te gemakkelijke uitspraken voor verandering, een politieke rockster met een naieve fanbasis volgens de sceptici. Ze hadden allemaal ongelijk. Barack Obama bleek een erg conventionele president te zijn, geen FDR of zelfs JFK voor de 21ste eeuw, maar een, wel, doorsnee-president. Amerikaanser dan de Republikeinen hadden gehoopt en minder magisch dan de Democraten hadden verwacht.

Op zich niet eens erg, integendeel wellicht. Maar het plaatst Obama wel voor een uitdaging om de kiezers te overtuigen dat ze zich niet bekocht moeten voelen. Ondanks een bijzonder zwakke tegenstander, Mitt Romney. Die deed het behoorlijk naar zijn normen in de apotheose-speech van de Republikeinse Conventie vorige week, maar daarmee is alles gezegd. We weten ondertussen dat de doorsnee Amerikaanse kiezer daar ook zo over dacht. Slechts 38 procent bestempelde Romneys acceptatie-speech als echt goed. Daarmee scoort hij even slecht als bijvoorbeeld Bob Dole in 1996. McCain, de vorige Republikeinse presidentskandidaat haalde 47 procent, Obama zelfs 58 procent, Bush in 2004 49 procent en zijn tegenstander Kerry scoorde toen 52 procent.

Bijkomend probleem: er werden amper zieltjes gewonnen onder de twijfelende kiezers. Veertig procent onder hen gaf aan na de speech "meer geneigd te zijn" om op de Republikein te gaan stemmen, maar 38 procent onder hen zei minder geneigd te zijn om de mormoon hun stem te geven. Da's een netto winst van twee punten. McCain kon tenminste nog vijf procent winnen vier jaar geleden na zijn acceptatie-speech.

Vier jaar geleden, andere tijd
Dat zou dus een eitje moeten worden voor Obama, die vier jaar geleden, alleen met zijn acceptatie-speech 14 procent van de twijfelaars meteen overtuigde. Maar, dat waren andere tijden. Obama had acht jaar Bush mee. Nu moet hij afrekenen met twijfels over zijn eigen vier jaar.

In die vier jaar is gebleken dat Obama een behoorlijk conventionele president is, op het ouderwetse af. Orthodoxer dan iedereen vermoedde in het volgen van de politieke realiteit. Voorzichtig ook. Het moet daarbij gezegd: Obama's eerste termijn had niet echt de omstandigheden mee. Een geërfde en hardnekkige voortdurende globale economische crisis die bij momenten balanceerde om in een regelrechte depressie te ontaarden. In een land dat tot over z'n oren in twee oorlogen zat en waar de kloof tussen politieke visies en tussen rijk en arm sinds de jaren dertig nooit groter was.

De verwachtingen waren dat Obama niet alleen betere tijden zou brengen, maar dat hij ook het politieke systeem op zijn kop zou gaan zetten. Afrekenen met lobbyisme bijvoorbeeld, en de invloed van kapitaal en bedrijven op de politieke werking van Washington. In het eerste is de man behoorlijk geslaagd gezien de wereldwijde economische toestand, van het tweede is omzeggens niks in huis gekomen.

Geen JFK-achtige cool
Ook een ander idee, namelijk dat Obama en zijn clan een JFK-achtige cool zouden terugbrengen naar het Witte Huis, bleek niet te kloppen. De culturele impact van de Obama's is te verwaarlozen. De man bleek vooral uit te blinken in zijn gelijkenis met zowat elke typische Amerikaanse middle-aged suburban professional: sexier dan met vrouw en dochters zijn weekends door te brengen, een occasionele basketwedstrijd of partijtje golf te na, werd het niet. Daar is op zich niks mis mee, maar het was niet wat we hadden verwacht.

Er was wel wat animo over het kiezen van de juiste hond - het werd een allergievrije Portugese waterhond. En er was het traditionele gespeculeer naar welke kerk de nieuwe president zou gaan in Washington DC - geen, de Obama's kozen niet omdat "hun aanwezigheid zou inbreken op de sereniteit van de religieuze beleving van andere parochianen". Maar in feite koos Obama niet omdat hij dan zou moeten kiezen tussen zwart of blank. Velen hadden, afgaande op Obama's campagne, die zwaar gesteund werd door de artistieke wereld, verwacht dat er een tweede "golden age of poetry and power" (zoals Robert Frost JFK's termijn omschreef) zou komen in het Witte Huis. De Kennedy's brachten veel tijd door met artiesten en intellectuelen. De Obama's bleken veeleer tv-kijkende couch patatoes, en als er al bezoek komt dan zijn dat doorgaans goeie vrienden die al jaren meegaan als een stukje vlees op de barbecue moet worden gelegd.  

Dat lijkt best sympathiek en vooral erg Amerikaans, het is ook heel erg conform de tijdgeest: acht jaar gebruikte George W. Bush anti-intellectualisme met groot succes als een politiek wapen en de schrik zit er immens diep in bij politici om gebrandmerkt te worden als out of touch met de 'gewone' kiezer.

Kloof
Maar wat als we Obama's vier jaar nuchter bekijken? Over zo'n dingen oordeelt de toekomst doorgaans beter, maar een aantal zaken kunnen we nu toch al concluderen. Waar Obama niet in geslaagd is - en dat heeft hij toch voor een stuk aan zichzelf en zijn voorzichtige aanpak te wijten - is het verkleinen van de ideologische kloof tussen conservatief en progressief denkend Amerika, én, veelzeggender, de kloof tussen rijk en arm.

Of tenminste niet op de korte termijn. Vanaf 2014 zullen immers behoorlijk wat Amerikanen de vruchten kunnen beginnen plukken van Obama's ziekteverzekeringswet, de Patient Protection and Affordable Care Act (PPACA of Obamacare). Die behelst onder andere de verplichting voor iedere Amerikaan om een zorgverzekering af te sluiten en een onvoorwaardelijke acceptatieplicht voor zorgverzekeraars.

Groot spreker, slechte communicator
Ondanks het aura van falen dat zijn legislatuur om zich heeft, is het aantal verwezelijkingen best indrukwekkend, veel langer en vooral veel ingrijpender dan wat onze federale regering voor die periode kan voorleggen om maar iets te zeggen. Het probleem is dat Obama wel een groot spreker is maar een slechte communicator. Dat beseft hij overigens zelf. Halverwege zijn termijn, na een zware nederlaag bij tussentijdse verkiezingen en met groeiend onbegrip voor zijn plan om de gezondheidszorg te hervormen, schakelde hij Pete Rouse, zijn trouwe Mr. Fix-It, in om een plan te maken opdat Amerika beter zou begrijpen waar hij allemaal mee bezig was. Het betekende dat David Axelrod, één van de sleutelfiguren die Obama verkozen kreeg, moest plaatsmaken voor David Plouffe.

In juli vertelde Obama nog in een interview dat één van de fouten die hij maakte was om te denken dat zijn job uitsluitend bestond uit het zorgen voor goed bestuur, terwijl hij nu beseft dat het presidentschap vergt dat "je het Amerikaanse volk ook een verhaal vertelt, eentje dat hen een gevoel van eenheid, een doel en optimisme geeft, zeker in deze harde tijden." ("The mistake of my first term - couple of years - was thinking that this job was just about getting the policy right. But the nature of this office is also to tell a story to the American people that gives them a sense of unity and purpose and optimism, especially during tough times.")

Geen idealist, maar een pragmaticus
En dat is dus de grote uitdaging voor Barack Obama straks op zijn acceptatiespeech en in de campagne die volgt: erin slagen om mensen te vertellen wat hij juist heeft gedaan en waarom. Dat het zover is kunnen komen heeft volgens waarnemers veel te maken met een bijna koortsachtig pragmatisme dat Obama zichzelf oplegde aan het begin van zijn legislatuur, ingegeven door de enormiteit van de problemen die hij uit de Bushperiode erfde, de recessie op kop. "Pragmatic, nonideological, results oriented" was de mantra in het Oval Office.

Het is de Obama-contradictie: grotendeels verkozen op basis van zijn idealistische rethoriek, is hij eigenlijk een man die rationeel en voorzichtig problemen één voor één tackelt en zich daarbij niet echt laat leiden door idealisme.

Obama kreeg ook af te rekenen met een Republikeinse partij die, ondermeer door het gebrek aan eenheid, heel erg aan het radicaliseren is de jongste jaren, en die afbraakpolitiek met als enige doel het onderuit halen van de president tot norm heeft verheven. Geen enkele president is zo systematisch bestookt, en, sorry voor de woordkeuze, systematisch zwart gemaakt door de politieke tegenstand. Het maakt communiceren niet meteen simpel.

En daarom moet Obama dus nu nog een manier gaan vinden om het Amerikaanse publiek duidelijkheid te verschaffen, want na vier jaar is het voor behoorlijk wat kiezers moeilijk om te antwoorden op de vraag "Waar staat deze president voor?" Hij is in elk geval Amerikaanser gebleken dan de Republikeinen hadden gehoopt en minder magisch dan de Democraten hadden verwacht.


photo_news
getty
afp
belga
afp
afp
ap
ap
afp
reuters