De Gucht roept Iran op het matje na executie minderjarige

Minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht.
UNKNOWN Minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht.

Minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht gaat de Iraanse ambassadeur in Brussel ter verantwoording roepen over de ophanging van Delari Darabi die een moord zou hebben gepleegd toen ze 17 was. Dat antwoordde hij in de Senaat op een mondelinge vraag van Sabine de Bethune (CD&V).

Bewijs van onschuld niet aanvaard
Delari Darabi werd op 1 mei opgehangen voor een moord die ze zou gepleegd hebben op haar 17de. Nieuw bewijsmateriaal dat aantoonde dat zij onmogelijk de moord kon hebben gepleegd, werd niet aanvaard, aldus Sabine de Bethune, die sprak van de "zoveelste zeer grove schending van de mensenrechten door het Iraanse regime".

De Gucht zei diep verontwaardigd te zijn door de terechtstelling. Hij zal de ambassadeur ontbieden om de Iraanse autoriteiten duidelijk te maken dat de terechtstellingen van minderjarigen of personen die dat op het ogenblik van de feiten waren onaanvaardbaar zijn voor België

De Gucht zal Iran er ook aan herinneren dat het land internationale verdragen heeft ondertekend die formeel de doodstraf voor minderjarigen uitsluiten.

Moratorium voor de doodstraf
Senaatfractieleidster de Bethune wil ook dat Iran een wet invoert die executies van minderjarigen op het ogenblik van de feiten verbiedt. Daarnaast moet een algeheel moratorium voor de doodstraf van kracht worden.

Sinds 1990 werden al 42 jongeren in Iran terechtgesteld voor misdaden die ze zouden hebben gepleegd tijdens hun minderjarigheid. Hiervan werden 26 executies de afgelopen vijf jaar uitgevoerd. Volgens Human Rights Watch wacht nog zeker 135 andere jongeren hetzelfde lot.