Congoreis Labille verstoord door geweld in Goma

Gewonde strijder wacht op ambulance in Oost-Congo
AP Gewonde strijder wacht op ambulance in Oost-Congo
Minister van Ontwikkelingssamenwerking Jean-Pascal Labille heeft vandaag twee vluchtelingenkampen bezocht aan de rand van Goma, in het door onlusten geteisterde oosten van Congo (DRC). Nieuwe schermutselingen dit weekend doorkruisten evenwel een gepland bezoek met het Rode Kruis (ICRC) aan een waterinstallatie op Mont Goma, aan de rand van de stad.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Jean-Pascal Labille heeft vandaag twee vluchtelingenkampen bezocht aan de rand van Goma, in het door onlusten geteisterde oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC). Nieuwe schermutselingen dit weekend doorkruisten evenwel een gepland bezoek met het Rode Kruis (ICRC) aan een waterinstallatie op Mont Goma, aan de rand van de stad. De situatie in en om Goma blijft erg gespannen, nadat de stad eind vorig jaar even in handen viel van de rebellen van M23 (Beweging van 23 Maart). Samen met andere gewapende groepen blijven zij onrust en onveiligheid zaaien in de regio, met ook dit weekend nog onderlinge schermutselingen net buiten de stad.

Vluchtelingenstroom
De impact op de lokale bevolking is enorm. In heel Noord-Kivu zijn intussen zo'n 967.000 mensen op de vlucht voor het geweld, van wie er ruim 300.000 in en om Goma bescherming kwamen zoeken. Het overgrote merendeel vindt onderdak bij familie, maar een kwart leeft niettemin in vluchtelingenkampen. Minister Labille hield vandaag onder meer halt in Mugunga I, een kamp dat vorig jaar spontaan ontstond toen het geweld weer opflakkerde. Op een goed jaar tijd streken er 55.000 mensen neer, met een nieuwe toestroom bij elk incident. Bovendien hebben ook heel wat mensen zich op enkele uren van de kampen gevestigd, klaar om bij de eerste schoten te vertrekken.

Problemen in kampen
Veiligheid blijft echter - naast voedsel en sanitair - ook in de kampen een probleem. De lokale politie moet daarvoor instaan, maar net als militairen van het Congolese leger gaan politiemensen in de kampen regelmatig voedsel en door ngo's verdeelde spullen van de vluchtelingen opeisen. Vrouwen riskeren dan weer door de gewapende milities verkracht te worden wanneer ze in de buurt noodgedwongen om brandhout moeten.
Er lijkt voorlopig echter geen einde te zullen komen aan het geweld. In heel Noord-Kivu blijven gewapende groepen als de M23, de Mai-Mai en het FDLR (Rwandese hutu-rebellen) elkaar en het Congolese regeringsleger FARDC bekampen en de regio terroriseren.

Strategische plek
Een korte opflakkering van geweld dit weekend hield de Belgische delegatie vandaag nog weg van Mont Goma, waar het ICRC de heropbouw van een waterinstallatie ondersteunt. Aangezien de berg ook een strategische militaire positie vormt, werd noodgedwongen uitgeweken naar net geïnstalleerde pompen die water uit het Kivumeer de stad in moeten krijgen.

Waterbevoorrading in Goma is immers geen sinecure. Door de actieve vulkanen vlakbij bestaat er geen enkele bron of rivier die de stad van water kan voorzien, terwijl uitbarstingen in 2002 ook grote delen van het oude netwerk aan leidingen vernielden. Bovendien verhoogt de toestroom aan vluchtelingen de nood aan extra capaciteit gevoelig.

De werken waar het Internationale Rode Kruis mee de schouders onder heeft gezet, moet de hele stad tegen 2015 weer min of meer van water voorzien. Veiligheidsproblemen, een erg harde ondergrond van gestolde lava en sterk verouderde installaties doen het prijskaartje wel oplopen tot zo'n 13 miljoen dollar.