Congolese troepen verkrachten burgers in Zuid-Kivu

UNKNOWN

Troepen in het noordoosten van de Democratische Republiek van Congo hebben zich bezondigd aan afpersing, verkrachtingen en mogelijk ook moorden op burgers, meldt een humanitair agentschap van de Verenigde Naties (VN). Aanvallen door gewapende mannen zijn sinds april gestegen, meldt het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken (UNOCHA). Het schreef de aanvallen toe aan zowel de militaire groepen (FARDC) als aan rebellen (FDLR), waartoe vooral Hutumilitanten zitten.

Verkrachten en plunderen
De regeringstroepen worden beschuldigd van plunderingen, het vernietigen van huizen, de inbeslagname van de oogst, afpersing en "talrijke verkrachtingen", stelt het UNOCHA. Sinds het begin van het jaar, zegt Elisabeth Byrs, woordvoerster van UNOCHA in Genève, noteerde de VN een "opwelling van seksueel geweld" in Zuid-Kivu, waar troepen in het verleden al op grote schaal werden beschuldigd van dergelijke zaken. De organisatie zegt dat het seksueel geweld verergerde toen meer troepen in het gebied gingen opereren.

"Situatie ondraaglijk"
"De onveilige situatie is ondraaglijk. Vooral de regio Kalehe wordt zwaar getroffen. Daar werden, sinds midden maart, 1.128 huizen in drie verschillende dorpen in brand gestoken door de FDLR. Sommige mensen werden levend verbrand", aldus Byrs. "In de nacht van 10 op 11 mei werden 77 mensen vermoord met machettes en anderen werden levend in brand gestoken. Door het aanhoudende geweld zijn, sinds maart, al 120.000 mensen in de regio op de vlucht geslagen. Dat brengt het totale aantal op 450.000".

Humanitaire organisaties aangevallen
De VN waarschuwde ook dat humanitaire organisaties werden aangevallen en gedwongen hun activiteiten te herleiden "tijdens een periode dat humanitaire noden in Zuid-Kivu zich opdringen". Human Rights Watch stelde onlangs dat regeringstroepen herhaaldelijk burgers misbruikten. Soms kwamen die acties voor terwijl VN-medewerkers aan het werk waren. Zij konden hen echter niet tegenhouden. (belga/vsv)