China geeft neerschieten betogers toe

UNKNOWN

China heeft toegegeven dat de politie in het afgelopen weekeinde vier betogers in de provincie Sichuan heeft neergeschoten. De agenten zouden hebben geschoten uit zelfverdediging. Volgens het staatspersbureau Xinhua raakten de betogers gewond.

De schietincidenten speelden zich af in het district Aba. Het is voor het eerst dat de Chinese overheid toegeeft dat er op betogers is geschoten tijdens de onlusten die ruim een week geleden in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa uitbraken en zich naar andere Tibetaanse gebieden in China uitbreidden. Xinhua meldde eerder dat betogers winkels en overheidskantoren vernielden.

Zelfverdediging
Eerder berichtte het Chinese persagentschap al dat vier mensen waren omgekomen bij de betoging. Later luidde het dat er vier betogers "gewond waren geraakt". Volgens anonieme bronnen werden op 14 maart echter 13 Tibetanen doodgeschoten in Aba, onder wie een kind van 8 jaar. Een dag later zouden nog eens vijf doden zijn gevallen bij een protestmars. Een groep van Tibetaanse bannelingen in de stad, spreekt van 39 doden in totaal.

De Chinese autoriteiten verklaarden steeds dat de ordediensten geen dodelijke wapens hadden gebruikt. Volgens een woordvoerder van Buitenlandse Zaken was er niet geschoten op betogers in China. De overheid gaf enkel toe dat er 13 doden waren gevallen bij onrusten in Tibet zelf. Nu geven de ordediensten dus toe te hebben geschoten op demonstranten die de politie met messen aanvielen en hun wapens trachtten af te nemen. De politie zou eerst in de lucht hebben geschoten, maar omdat dat de betogers niet afschrikte werd in de menigte gevuurd. "De politie moest zich verdedigen", verklaarde een official. Vier mensen zouden hierdoor gewond zijn geraakt.

Het protest van Tibetanen in China en andere landen startte op 10 maart, naar aanleiding van de 49ste verjaardag van een anti-Chinese opstand in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa. (novum/sam)