Blauwhelmen in Centraal-Afrikaanse Republiek beschuldigd van verkrachting minderjarigen

AFP
Minstens zeven mogelijke gevallen van seksueel misbruik door blauwhelmen uit beide Congo's zijn aan het licht gekomen, waarvan vijf met betrekking tot minderjarigen. Dit hebben de vredesmissie in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Minusca, en mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch meegedeeld.

De Minusca heeft "zeven nieuwe gevallen van mogelijke verkrachting en uitbuiting ontdekt in Bambari", een stad ten noordoosten van de Centraal-Afrikaanse hoofdstad Bangui. "Deze gevallen zijn onder onze aandacht gebracht op 21 januari door een groep onderzoekers van Human Rights Watch (HRW)", verklaarde Minusca. "De slachtoffers moeten alle nodige medische en psychologische hulp ontvangen, en de missie erkent haar verantwoordelijkheid voor deze vermoedelijke misdaden", ging ze verder.

Zodra Minusca op de hoogte was gesteld, stuurde ze een expert van het bureau voor interne zaken van de Verenigde Naties (OIOS) naar Bambari. "Een eerste evaluatie van het OIOS verzamelde genoeg bewijs dat aantoont dat vijf slachtoffers minderjarig waren", verklaarde Minusca. "Ook een volwassene is ten prooi gevallen aan seksueel misbruik, maar het bureau heeft het vermoedelijke zevende slachtoffer, dat ook minderjarig is, nog niet kunnen ondervragen.

Volgens HRW zouden onder de verkrachtingen een 14-jarig en een 18-jarig meisje geweest zijn. Beiden verklaarden aangerand te zijn nabij de luchthaven van Bambari.

HRW situeert de vermoedelijks daders van zeker acht gevallen van seksuele exploitatie en misbruik volgens de slachtoffers bij een bataljon van circa 800 soldaten uit beide Congo's.

De VN beslisten om 120 soldaten uit Congo-Brazzaville terug te trekken die actief waren in Bambari tussen 17 september en 14 december 2015. Deze repatriëring zal gebeuren zodra er uit het onderzoek een conclusie is gemaakt.

Bij 22 van de 69 gevallen van seksueel misbruik door medewerkers van de VN was Minusca betrokken.