Bizon verkozen tot 'nationaal zoogdier' van de VS

thinkstock
De Amerikaanse bizon, die al miljoenen jaren leeft op het Noord-Amerikaanse continent, werd gisteren officieel uitgeroepen tot het nationale zoogdier van de Verenigde Staten.

De bizon kreeg gisteren een symbolische status, net zoals de Amerikaanse zeearend die al eerder kreeg. Daarmee wordt het dier bij wet erkend als symbool voor het Amerikaanse erfgoed. De geschiedenis van het dier is volgens de nieuwe wet "gelinkt aan de economische en spirituele levens van vele indianenstemmen door handel en religieuze ceremonies."

De bizon is het grootste landdier van Noord-Amerika. Mannetjes kunnen tot 1m86 groot worden en wegen tot 1000 kilogram. Op hun hoogtepunt leefden er miljoenen dieren op het Amerikaanse continent, voornamelijk op de prairies tussen Texas en Canada. Maar door een ongereglementeerde jacht en uitroeiingsprogramma's van de overheid werden hun aantallen teruggedrongen tot slechts een paar honderd dieren aan het einde van de negentiende eeuw.

Van de laatste overlevende bizons werden er een vijftigtal opgevangen in Yellowstone National Park, waar ze aanvankelijk bewaakt werden door de Amerikaanse cavalerie. Sindsdien nemen de dieren weer in aantallen toe. Vandaag leven er in Yellowstone zo'n 4900 exemplaren: ze vormen de grootste kudde wilde volbloedbizons.

Nochtans is er ook controverse rond de dieren. Jaarlijks slacht de overheid immers honderden bizons om de populatie in Yellowstone in te perken. Daarmee hopen ze te vermijden dat de dieren het grazend vee van nabijgelegen boerderijen besmetten met brucellose.

Het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Zaken beheert land waarop in total zeventien bizonkuddes grazen: in totaal gaat het ongeveer om 10.000 dieren. Daarnaast worden er op privégronden gemiddeld nog zo'n 160.000 dieren gekweekt voor commerciële productie.