Argentijnse presidente formeel beschuldigd van doofpotoperatie

REUTERS
De Argentijnse presidente Cristina Fernandez de Kirchner is officieel in beschuldiging gesteld van betrokkenheid bij een doofpotoperatie na een aanslag op een joods centrum in Buenos Aires in 1994, waarbij 84 doden vielen.

Kirchner wordt ervan verdacht de daders van de aanslag, Iraanse ambtenaren, een hand boven een hoofd te houden omdat ze een handelsovereenkomst met Iran wil sluiten. Ze heeft de beschuldigingen altijd ontkend.

Openbaar aanklager Gerardo Pollicita heeft de presidente in beschuldiging gesteld na de klacht die Alberto Nisman tegen haar indiende op 14 januari. Nisman, die de aanslag op het joodse centrum elf jaar lang onderzocht, werd op 18 januari dood teruggevonden in zijn appartement. Hij zou in verdachte omstandigheden omgekomen zijn, een dag voordat hij voor het parlement moest getuigen in verband met de klacht tegen de president.

Ook de Argentijnse minister van Buitenlandse Zaken Hector Timerman en twee andere politici werden aangeklaagd in de verband met de doofpotoperatie. De overheid ontkent de beschuldigingen formeel. Kirchner kan niet berecht worden zolang haar immuniteit niet word opgeheven. Haar ambtstermijn loopt echter eind dit jaar af.