Amnesty International heeft nieuwe bewijzen van slachtpartij door Rohingya-groep in Myanmar

Hindoe-vluchtelingen in Bangladesh
AP Hindoe-vluchtelingen in Bangladesh
Een gewapende Rohingya-groep is verantwoordelijk voor minstens één en mogelijk twee slachtpartijen op 99 Hindoe-vrouwen, -mannen en -kinderen in augustus 2017. De groep maakte zich ook schuldig aan andere onwettige moorden en ontvoeringen. Dat blijkt uit nieuwe bewijzen die Amnesty International vandaag onthult, nadat de internationale organisatie ter plaatse een grondig onderzoek uitvoerde in de staat Rakhine.


Amnesty baseert haar bevindingen op tientallen interviews die afgenomen werden in Rakhine en vlak over de grens in Bangladesh, maar ook op fotografisch bewijsmateriaal dat geanalyseerd werd door forensische pathologen.


"Uit de informatie blijkt hoe strijders van de 'Arakan Rohingya Salvation Army' (ARSA) met hun aanvallen immens veel angst gezaaid hebben onder de Hindoes en andere etnische minderheden", zegt Tirana Hassan, crisisdirecteur van de mensenrechtenorganisatie. "Ons meest recent onderzoek werpt een licht op de weinig gerapporteerde mensenrechtenschendingen die onlangs door ARSA in het noorden van Rakhine gepleegd werden."


"De acties van ARSA zijn extreem wreed en hebben een onuitwisbare indruk nagelaten bij de overlevenden die we gesproken hebben. Deze gruweldaden mogen, net zoals de misdaden tegen de mensheid gepleegd door de Myanmarese veiligheidstroepen, niet ongestraft blijven", benadrukt Hassan.


De Rohingya-moslims zijn een minderheid in Myanmar. Sinds augustus 2017 zijn bijna 700.000 leden van de Rohingya naar buurland Bangladesh gevlucht voor het militair geweld in het overwegend boeddhistische Myanmar. Volgens de Verenigde Naties leven ze sindsdien in erbarmelijke omstandigheden in Bengalese vluchtelingenkampen.




Reacties

Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie
Door het plaatsten van een reactie, ga je akkoord met de gedragsregels