141 landen hanteren nog steeds folterpraktijken

THINKSTOCK
De voorbije vijf jaar hebben minstens 141 landen zich schuldig gemaakt aan het gebruik van foltering en andere vormen van mishandeling. De gebruikte folterpraktijken worden met de jaren ook steeds brutaler. Dat blijkt uit gegevens van Amnesty International, dat vandaag de campagne "Stop Foltering" lanceert. De organisatie roept regeringen op om maatregelen te nemen tegen foltering.

In "Torture in 2014: 30 Years of Broken Promises" geeft de organisatie een actueel overzicht van het gebruik van foltering. In sommige landen gebeurt het martelen op routineuze en systematische wijze, in andere werden enkel geïsoleerde en uitzonderlijke gevallen van mishandeling vastgesteld. De nieuwe campagne focust op vijf landen waar martelpraktijken nog wijdverspreid zijn: Nigeria, Mexico, de Filipijnen, Oezbekistan en Marokko.

Sinds 1984 hebben 155 staten het VN-Verdrag tegen Foltering geratificeerd. 142 onder hen werden doorgelicht door Amnesty International. In ten minste 79 van deze landen, meer dan de helft van de ratificerende landen, stelde Amnesty in 2014 gevallen van foltering vast. Verder hebben nog eens 40 VN-lidstaten het verdrag nog niet geratificeerd.

"Over heel de wereld stellen regeringen zich hypocriet op als het gaat over foltering. De barbaarse en onmenselijke praktijk is vaak bij wet verboden, maar wordt in de praktijk wel door de overheid bevorderd," zegt Salil Shetty, secretaris-generaal van Amnesty International. "Foltering blijft wereldwijd een diepgeworteld probleem. Steeds meer regeringen trachten folterpraktijken goed te praten in naam van de nationale veiligheid. Op die manier dreigt de vooruitgang die we de voorbije 30 jaar geboekt hebben, verloren te gaan."

De meest gebruikte vorm van foltering is het pak slaag. Dat mag ruim geïnterpreteerd worden: slaan, schoppen, het gebruik van stokken, zwepen, knuppels en tasers. Voorts worden ook steeds meer mensen onderworpen aan elektrische schokken, worden ze in pijnlijke, onnatuurlijke houdingen geplaatst/gehangen of verblijven ze voor bepaalde tijd in isolement. In sommige gevallen verbleven de slachtoffers zelfs jaren in isolement. Op de Filipijnen werd bij de politie dan weer een "Rad van Fortuin" ontdekt, dat besliste over de toegepase foltermethode.

Uit een bevraging in een twintigtal landen, België niet inbegrepen, naar de attitudes en meningen ten opzichte van foltering blijkt ook dat bijna de helft van de respondenten (44 procent) vreest het slachtoffer te kunnen worden van foltering indien ze zouden worden gearresteerd in hun land. Die vrees is vooral groot in Brazilië en Mexico. Een ruime meerderheid (82 procent) gelooft dat er duidelijke wetten tegen marteling moeten zijn, terwijl eenderde (36 procent) dan weer denkt dat foltering kan gerechtvaardigd zijn in bepaalde omstandigheden.

Amnesty roept regeringen op om beschermingsmechanismes te ontwikkelen ter preventie en bestraffing van foltering. Zo moeten arrestanten toegang hebben tot een advocaat en onafhankelijk medisch onderzoek. Er moet ook onafhankelijk toezicht zijn van detentiecentra, onpartijdig onderzoek naar aantijgingen van marteling en een grondige compensatieregeling voor de slachtoffers.