"Zuid-Soedanese leger pleegde afgrijselijk geweld tijdens laatste offensief"

REUTERS
Het Zuid-Soedanese leger heeft "onverdedigbaar en afgrijselijk" geweld gepleegd tegen burgers tijdens zijn laatste offensief tegen de rebellen. Dat zegt de IGAD, een intergouvernementele organisatie van acht Oost-Afrikaanse landen, vandaag. Zuid-Soedan wordt al bijna anderhalf jaar door een conflict verscheurd.

In Zuid-Soedan woedt sinds december 2013 een conflict waarin aanvankelijk troepen die trouw zijn aan president Salva Kiir, tegen troepen vechten die loyaal zijn aan zijn rivaal Riek Machar, ex-vicepresident. Ondertussen hebben een twintigtal gewapende groepen of milities zich in het conflict gemengd.

Gewelddadig offensief
Eind april startte het Zuid-Soedanese leger een nieuw offensief tegen de rebellenmilities, een van de grootste sinds het begin van de burgeroorlog in het jongste land ter wereld. Daarbij liet het leger volgens de Verenigde Naties een spoor van verkrachting van vrouwen en meisjes, ontvoering van kinderen en vernieling van dorpen achter. Daarnaast zouden de loyalistische troepen meermaals hulpgoederen bestemd voor de bevolking geplunderd hebben.

Het IGAD heeft die "onverdedigbare en afgrijselijke daden" vandaag veroordeeld en zegt dat ze een grove overtreding zijn van de rechten van de mens. Bovendien merkt de de organisatie op dat het conflict stilaan uitbreidt van de staat Unity naar de staten Jonglei en Upper Nile.

"Code"
De woordvoerder van het Zuid-Soedanse leger, Philip Aguer, ontkent de beschuldigingen en zegt dat de loyalistische troepen "legitiem" te werk zijn gegaan. Hij wijst erop dat het leger zich aan "een code" houdt die stelt dat het verboden is om dorpen af te branden en onschuldige burgers aan te vallen.

Volgens de VN zijn er in de staat Unity nu ongeveer 500.000 burgers die levensbelangrijke hulp ontnomen wordt. In heel Zuid-Soedan heeft ongeveer de helft van de bevolking (11,3 miljoen) nood aan humanitaire hulp en hebben leven 2,5 miljoen personen met een voedseltekort.