“Zijn collega’s zeggen dat hij niet geleden heeft. Maar ze raden me af naar de beelden van de veiligheidscamera’s te kijken”

Weduwe Andrea Chamblee huilt tijdens een herdenkingsdienst voor haar man John McNamara. Hij was een van de vijf dodelijke slachtoffers die vielen tijdens een schietpartij op de redactie van The Capital Gazette in het Amerikaanse Annapolis goed twee weken geleden.
AP, REUTERS Weduwe Andrea Chamblee huilt tijdens een herdenkingsdienst voor haar man John McNamara. Hij was een van de vijf dodelijke slachtoffers die vielen tijdens een schietpartij op de redactie van The Capital Gazette in het Amerikaanse Annapolis goed twee weken geleden.
‘Waar werkt je man?’, ‘Wat is er aan het gebeuren in Annapolis?’, ‘Heb je het nieuws gezien?’: het waren maar enkele van de berichten die op donderdag 28 juni plots binnenliepen op de smartphone van Andrea Chamblee. Haar echtgenoot John McNamara was journalist bij The Capital Gazette en was die ochtend naar zijn werk vertrokken, zoals zo vaak. Maar deze keer zou hij niet terugkeren.

Die dag stormde een gewapende man de redactie binnen. Jarrod Ramos lag al jaren in de clinch met de krant, nadat die in 2011 een artikel had gepubliceerd over zijn verleden als stalker. Hij doodde vijf mensen, waaronder sportjournalist John McNamara. Andrea Chamblee heeft nu goed twee weken later in The Washington Post getuigd over de noodlottige dag.

Schietpartij

Chamblee is op kantoor als het gebeurt, bij een overheidsagentschap even buiten Washington. De berichtjes die binnenkomen op haar telefoon, maken haar ongerust. “Ik Google. Daarna sluit ik mijn laptop en ren ik naar de parking. Ik kom langs een van de nieuwe tv’s die ze aan de muur hebben gehangen. Op CNN wordt gemeld dat er een schietpartij is bij The Capital in Annapolis. Ik ga zitten, ik denk op de grond. Ik zoek naar het blauwe shirt van John als de beelden van de geëvacueerden voorbijkomen. Ik bel naar zijn telefoon op de redactie. Ik bel naar zijn mobieltje. Er komt geen antwoord. Ik weet dat hij soms zijn telefoon vergeet. Ik breng me die keren in herinnering. Dan vertel ik het ook aan andere ambtenaren die me voorbijlopen.” (lees hieronder verder)

De vijf dodelijke slachtoffers van de schietpartij bij The Capital Gazette (v.l.n.r.): John McNamara, Wendi Winters, Rob Hiaasen, Gerald Fischman en Rebecca Smith.
AP De vijf dodelijke slachtoffers van de schietpartij bij The Capital Gazette (v.l.n.r.): John McNamara, Wendi Winters, Rob Hiaasen, Gerald Fischman en Rebecca Smith.

“Ik bel nog eens. Ik weersta aan de drang om het nog eens opnieuw te doen. Ik hoor over een tweet die zegt dat er iemand dood is. Ik vind hem niet online. Ik stuur een bericht naar de Twitteraar van wie hij afkomstig zou zijn. Er komt geen antwoord. Ik krijg een telefoontje van The New York Daily News. De reporter wil weten of ik wil reageren. ‘Waarover? Wat weet je?’, vraag ik. Er volgt een ongemakkelijke stilte.”

Crisisnummer

Dat scenario herhaalt zich nog enkele keren, met andere nieuwszenders. Intussen komt Andrea te weten dat er een crisisnummer is en dat belt ze. Maar daar hebben ze geen informatie. Ze beloven wel iets te laten weten, als er nieuws is. Als een journalist van de Wall Street Journal belt en zegt dat John bij de gewonden zou kunnen zijn, maakt ze een tas met spullen om meteen naar het ziekenhuis te kunnen vertrekken als dat nodig zou zijn. Ze belt zelf ook enkele ziekenhuizen op om te vragen of haar man daar is binnengekomen, maar dat blijkt niet zo te zijn.

Na zeven uur van wachten, beantwoordt ze een nieuwe oproep van een onbekend nummer. “Ik hoor verscheidene collega’s van John. Er volgt gejammer: een gepijnigd, rauw gejammer. Een stem klinkt verstikt: ‘Hij is dood.’ Het gejammer wordt luider. Het is mijn gejammer.” (lees hieronder verder)

Het gebouw in Annapolis waar de redactie van The Capital gevestigd is.
AFP Het gebouw in Annapolis waar de redactie van The Capital gevestigd is.
Een kruis met een foto van John McNamara in de tuin van The Capital.
AP Een kruis met een foto van John McNamara in de tuin van The Capital.

“Ik slaap 90 minuten die nacht. Ik bel de volgende dag naar mijn werk om te zeggen dat ik niet kom. Ik annuleer het event waar ik ’s avonds naartoe moet. Ik vergeet mijn lunchafspraak af te zeggen. Ik probeer om een overplaatsing op het werk te cancelen. Die zou plaatsvinden in juli. Ik kan nu onmogelijk starten. Ze zeggen dat ze het begrijpen. Ik sla een cursus af die ik zou geven tijdens de zomer. Ze zeggen dat ze het begrijpen. Ik zeg mijn vrijwilligerswerk af in een plaatselijk theater. Ze zeggen dat ze het begrijpen.”

Theatertickets

“Ik cancel mijn theatertickets. Ze zeggen dat ze het begrijpen en betalen me terug, hoewel ik geen annuleringsverzekering heb. Ik cancel onze vakantie naar Bethany Beach. Wyndham zegt dat ze het begrijpt en betaalt me terug, hoewel ik geen annuleringsverzekering heb. Ik cancel een trip naar een huwelijk buiten de stad. Vliegmaatschappij Southwest betaalt me terug, hoewel ik geen annuleringsverzekering heb.”

“Er volgen nog nachten van één, twee, drie uur slaap. Mijn vakantie wordt vervangen door meetings: het crisiscentrum, de rouwconsulenten, de levensverzekeringsmaatschappij. De financiële adviseur die me helpt sparen voor mijn pensioen zegt me geen papieren te tekenen die met de post komen.” (lees hieronder verder)

Andrea Chamblee wordt getroost tijdens een herdenkingsdienst.
AP Andrea Chamblee wordt getroost tijdens een herdenkingsdienst.

Het duurt vijf dagen eer de lijkschouwer het lichaam van haar man vrijgeeft. “Ik identificeer John en neem afscheid. Hij is herkenbaar, hoewel de koeling zijn neus zwart heeft gemaakt. Ik mag zijn gezicht zien, maar niet zijn lichaam. Hij ligt in een ijszak die eruit ziet als een cocon. Ik ben niet in staat om zijn hand te nemen. Ze zeggen me niet waar de kogel naar binnen is gegaan of zelfs hoe hij gestorven is.”

Herdenkingsdienst

De stad Annapolis organiseert op 29 juni een herdenkingsmars en The Washington Post zet een foto op de voorpagina van een huilende weduwe. “Dat ben ik. Die nacht twee uur slaap. De volgende dag vind ik een zee van bloemen en kaartjes aan de voordeur. Ik begin de herdenkingsdienst te plannen: het programma, de muziek, de foto’s, de urne, de speeches, de adequaat geschokte politici die hun medeleven komen aanbieden, de celebrant. Gasten willen voldoende tijd zodat ze hun vliegtickets kunnen boeken van overal in het land. Ik bestel een overlijdensbericht en slaap die nacht drie uur.” (lees hieronder verder)

De urne met de stoffelijke resten van John McNamara.
AP De urne met de stoffelijke resten van John McNamara.

Na de dienst en de drukte probeert ze haar leven weer op te nemen. Koken doet ze niet meer. “Fruit gaat van de kom op de tafel naar de koelkast en dan naar de vuilnisbak. Er is geen tijd of behoefte aan eten. Zonder ontbijt, zak ik door mijn benen. Ik moet de handrail vasthouden op de metro, bij de begrafenisondernemer, als ik op pad ben voor onze nationale feestdag op 4 juli.”

“De koelkast begint te ruiken. Net als de borden in de gootsteen en de vuilnisbak met het eten dat ik niet heb opgegeten. En de was in de wasmand boven. Vannacht twee uur slaap.”

Broek

“Ik breng nog meer bloemen mee. Ik vergeet om ze water te geven. Ik vergeet om mijn planten water te geven. Ik vergeet mijn groenten op te eten. Ik vergeet mijn telefoon op te laden. Ik vergeet hoe lang ik deze broek al aanheb. Ik vergeet mijn voicemail te beluisteren. Ik ga naar boven en vergeet waarom. Ik ga weer naar beneden. En doe dat opnieuw.” (lees hieronder verder)

John McNamara.
REUTERS John McNamara.

“Ik gebruik mijn eigen lipbalsem. Ik maak mijn eigen koffie. Ik haal zijn auto op. Ik slaap eindelijk, maar de telefoon rinkelt om 8 uur ’s morgens. Ik merk dat mijn bh niet bij mijn slipje past. Ik besef dat het niet uitmaakt. Ik hoor mijn eigen vrolijk, vakantieachtig bericht dat zegt dat ik niet op kantoor ben. Ik pas het aan en verleng mijn ziekteverlof.”

Vermagerd

“Ik ben vermagerd. Ik probeer mijn zwarte jurkje aan. Het is te groot. Ik doe mijn strakke zwarte jurkje aan. Het is te groot. Ik moet iets nieuws kopen en als de vrouw aan de kassa vraagt waarvoor het moet dienen, ween ik. Ze geeft me terstond de personeelskorting. De kapper weigert me te laten betalen. Bij de manicure kijkt de bediende naar mijn afgebeten nagels en de afgebladderde lak. Ze zegt dat ze het zal bijwerken zodat ik een nieuwe man kan vinden.”

“Zijn collega’s die het overleefd hebben, contacteren me en zeggen dat hij niet geleden heeft. Maar ze raden me af naar de beelden van de veiligheidscamera’s te kijken.”




11 reacties

Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie
Door het plaatsten van een reactie, ga je akkoord met de gedragsregels


  • marie-claire de bosscher

    mooie verwoording voor het ergste wat je kan overkomen... je voelt gewoon mee met die vrouw, heel veel sterkte !

  • Marlies Schoefs

    @pascal helemaal juist verloor mijn man op mijn 52e zes jaar geleden .op zo een manier gelijk deze mevrouw is vreselijk

  • Francois Peters

    Ben normaal geen medelijdend type maar dit verslag raakt me diep hoe erg

  • Pascal De Groote

    Rouwen duurt rap zeven jaar voor je het een beetje kan plaatsen, zo niet levenslang...

  • Frederik Janssens

    Wel, gezien het wapen dat de dader gebruikte, en het feit dat ze zijn volledig lichaam afschermden bij de identificatie, lijkt het mij inderdaad beter dat je niet ziet wat ermee gebeurd is