"Bestaande medicijnen remmen MERS-coronavirus af"

REUTERS
Vier bestaande medicijnen zijn in staat om in het labo het MERS-coronavirus af te remmen. Dat blijkt uit een studie door onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum, KU Leuven en het Erasmus MC in Rotterdam. Het totaal aantal besmettingen met dit virus, dat in 2012 ontdekt werd, nam de afgelopen 2 maanden - vooral in het Midden-Oosten - snel toe tot meer dan 600. Een patiënt op de drie overlijdt en voorlopig is er hiertegen nog geen medicijn beschikbaar.

De onderzoekers testten 348 medicijnen die al op de markt zijn voor andere aandoeningen op hun werkzaamheid in cellen die geïnfecteerd waren met het MERS-coronavirus. De vier stoffen met de meeste potentie waren het malariamedicijn Chloroquine, het antipsychoticum Chlorpromazine, het antidiarreemiddel Loperamide en de hiv-remmer Lopinavir. Deze vier bleken best in staat om bij relatief lage concentraties het virus te remmen, terwijl zij de cellen geen of relatief weinig schade toebrachten. Ze bleken ook werkzaam tegen het verwante SARS-coronavirus en het humane coronavirus 229E.

Snelle toepassing
De onderzoekers gaan na of de medicijnen in dieren hetzelfde remmend effect hebben. De meeste aandacht gaat hierbij naar Chloroquine en Chlorpromazine, omdat ook een Amerikaanse studie deze identificeerde als remmers. Omdat de medicijnen al op de markt zijn, zou dit kunnen leiden tot een snelle toepassing.

Prof. Johan Neyts (KU Leuven) hoopt dat een combinatie van verschillende medicijnen de remmende werking versterkt. Hij verwacht dat zelfs een onvolledige remming efficiënt zal zijn omdat dit het afweersysteem voldoende tijd geeft om het virus op te ruimen. "Daarnaast kan behandeling ervoor zorgen dat een patiënt minder virus produceert en minder besmettelijk is voor de omgeving."