"30 miljoen voor slachtoffers ramp textielfabriek in Bangladesh"

Het instorten van een textielfabriek in de Bengalese hoofdstad Dhaka heeft aan meer dan 1.100 mensen het leven gekost.
REUTERS Het instorten van een textielfabriek in de Bengalese hoofdstad Dhaka heeft aan meer dan 1.100 mensen het leven gekost.
Meer dan twee jaar nadat het instorten van een textielfabriek in de Bengalese hoofdstad Dhaka aan meer dan 1.100 mensen het leven heeft gekost, is het fonds van 30 miljoen dollar (ongeveer 27 miljoen euro) voor de slachtoffers volledig aangevuld. Op de laatste dag van de G7-top hebben multinationale ondernemingen toezeggingen gedaan voor de nog ontbrekende 2,4 miljoen dollar. Dat heeft de Duitse regering gisteren bekendgemaakt in de marge van de bijeenkomst van de leiders van de zeven grootste industrielanden.

Er wordt meteen toegegeven dat het fonds nog geen oplossing biedt voor het probleem van de gebrekkige sociale normen en veiligheidsvoorzieningen, waarmee arbeiders geconfronteerd worden als ze in derdewereldlanden bij toeleveranciers van westerse ondernemingen worden tewerkgesteld. Het fonds zorgt er wel voor dat de G7-landen met iets minder schaamrood op de wangen over het onderwerp kunnen spreken.

Onder meer de Duitse bondskanselier Angela Merkel had voor de start van de G7-top nog aangedrongen op extra geld. En ook de Europese Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker had tijdens de topontmoeting in de Beierse stad Elmau zijn steun uitgesproken voor de werknemers, die voor erg lage lonen werken in dienst van westerse bedrijven die soms forse winstcijfers laten optekenen. "Aan dat perverse mechanisme moet een einde worden gemaakt", verklaarde Juncker.

Bij de instorting van het Rana Plaza-gebouw, waarin meerdere textielbedrijven gevestigd waren, kwamen in april 2013 minstens 1.135 mensen om het leven. Meer dan 2.500 anderen liepen verwondingen op.

AP
EPA