Bizarre vakantieplekken: zwemmen boven een atoombom

THINKSTOCK
In de reeks bijzondere vakantieoorden: Tybee Island, niet ver van Savannah in het Amerikaanse Georgia. Diep op de zeebodem huist er daar ergens een monster van 3,65 meter lang en meer dan zeven ton. Het zwemt niet, maar kan mogelijks nog altijd ontploffen. We hebben het over een sinds 1958 spoorloze atoombom die meer dan 180 kilo aan explosieven bevat.

Tybee Island is een idyllisch en in de zomermaanden populair vakantieplekje. Maar zwemmers, opgepast! Ergens in zee ligt een Mark 15-bom, die op 5 februari 1958 in alle vroegte noodgewongen gelost werd in de buurt van Savannah, voor de kust van Tybee Island. Twee gevechtsvliegtuigen botsten toen op elkaar tijdens een militaire oefening en piloot Howard Richardson besloot het kernwapen in zee te droppen uit schrik dat de bom bij de landing zou ontploffen.

Maandenlang werd er met meer dan 100 personeelsleden van de Navy naar de atoombom gezocht maar ze werd nooit gevonden. Voorgoed verloren. Het dorp is zich wel degelijk bewust van de gevaren maar het verheerlijkt dit merkwaardige verleden. In het AJs Dockside Restaurant hangen bijvoorbeeld allerlei parafernalia aan de muur van het zoekteam dat de bom dus nooit vond.

Experten oneens met elkaar
In de VS zijn experten het niet met elkaar eens over hoe gevaarlijk de nooit ontplofte atoombom eigenlijk is. Volgens de luchtmacht kan ze niet ontploffen omdat er geen plutoniumcapsule aanwezig is. En de hoeveelheid uranium is te klein om een reëel gevaar voor de mens te vormen. "Je zou het al moeten doorslikken om gewond te geraken", zei een woordvoerster in de LA Times.

Anderen, zoals congreslid Jack Kingston uit Savannah, zijn er minder gerust in. Kingston zei in 2001: "Voor sommigen betekent 180 kilo TNT blijkbaar niks, maar als het jouw familie of jouw boot is die geraakt worden, dan betekent het wél iets."

Tybee Island is niet de enige plaats die vandaag nog altijd geteisterd wordt door onontplofte atoombommen uit de Koude Oorlog. Tussen 1950 en 1960 geraakte er gemiddeld om de twee jaar een kernwapen verloren (zie ook kaderstuk).