Zestien lidstaten gaan voor Europese aanklager

thinkstock
België en vijftien andere lidstaten van de Europese Unie willen een Europese openbare aanklager in het leven roepen die gesjoemel met Europees geld moet kunnen vervolgen, zo blijkt vandaag uit een persmededeling.

De zestien lidstaten maakten in een brief aan de Raad (de EU-instelling die de lidstaten vertegenwoordigt, nvdr) officieel hun voornemen bekend om door te zetten met de plannen voor een Europese aanklager. Ze kiezen voor een procedure van versterkte samenwerking omdat de plannen al jarenlang geblokkeerd worden door een aantal lidstaten die niet willen weten van een Europese aanklager.

Naast België doen Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Duitsland, Griekenland, Spanje, Finland, Frankrijk, Litouwen, Luxemburg, Portugal, Roemenië, Slovenië en Slovakije mee. Verwacht wordt dat andere landen zich nog zullen aansluiten bij het initiatief. Malta neemt niet deel, maar moet als huidig voorzitter van de Europese ministerraden wel de onderhandelingen in goede banen leiden.

De Europese openbare aanklager moet misdaden onderzoeken en vervolgen die de financiële belangen van de Europese Unie schaden. Dat kan gaan om misbruik van Europese subsidies, maar ook om grootschalige btw-fraude. Het Europese antifraudebureau Olaf kan wel administratief onderzoek doen, maar uiteindelijk beslissen de nationale autoriteiten of er een strafrechtelijk onderzoek komt. Ongeveer één op de vijf Olaf-zaken leidt tot een veroordeling.

Via een versterkte samenwerking kunnen minstens negen lidstaten een geavanceerde samenwerking opzetten indien de unanimiteitsvereiste elke vooruitgang in de weg staat. De procedure is onder meer gebruikt voor echtscheidingsrecht en voor octrooien. Ze vormt op zich echter geen garantie op succes. Zo hebben onderhandelingen over de invoering van een financiële transactietaks ook met tien lidstaten nog geen doorbraak opgeleverd.