Vlaamse steden en gemeenten hebben buffer om coronacrisis op te vangen

Volgens Belfius zal de grootste impact er vooral zijn bij de steden en centrumsteden.
Photo News Volgens Belfius zal de grootste impact er vooral zijn bij de steden en centrumsteden.
De financiële impact van de coronacrisis op de Vlaamse steden en gemeenten zal in een scenario waarbij we geen tweede lockdown krijgen beperkt zijn, omdat de steden en gemeenten een goede financiële buffer hebben ingebouwd. Dat blijkt uit voorspellingen van Belfius. Vooral de grotere steden zullen de impact voelen.

Belfius berekende de impact op de steden en gemeenten in twee scenario’s: een basisscenario waarbij het economisch leven kan hernemen en waarbij mogelijke heropflakkeringen van het coronavirus snel onder controle zijn - het meest plausibele scenario - en een stressscenario, waarbij er een nieuwe lockdown komt. Belfius wijst erop dat de Vlaamse steden en gemeenten en OCMW’s samen meerjarenplannen hadden opgesteld, waarin ze voor 12 miljard euro aan exploitatieontvangsten voor 2020 hebben genoteerd. Ook hebben ze 338,8 miljoen euro autofinancieringsmarge, die een buffer vormt.

In het eerste scenario verwacht Belfius netto 22 miljoen euro minder middelen, in het tweede scenario verdwijnt de marge van 339 miljoen volledig en gaan de gemeenten bij de start van het meerjarenplan negatief met 73 miljoen euro. “Dat die buffer negatief is, is op zich geen probleem omdat het verlies tegen het einde van de legislatuur weggewerkt moet worden. Steden en gemeenten moeten hun financiën dan herbekijken, maar dat doen ze altijd”, zegt Anneleen Erauw van Belfius, die aangeeft dat de Vlaamse steden en gemeenten crisisbestendig zijn. Bij de berekening zijn ook de steunmaatregelen van de Vlaamse en federale overheid opgenomen, zoals een toelage van 4,7 miljoen euro voor de Vlaamse OCMW’s voor armoedebestrijding.

Steunmaatregelen verdwijnen

Vanaf 2021 tot het einde van de legislatuur verwacht Belfius een bijkomende verwatering van minstens 100 miljoen euro. Die is het gevolg van dalende fiscale inkomsten door onder meer de verlaagde taksen om de lokale economie te ondersteunen en minder inkomsten van de personenbelasting omdat meer mensen technisch werkloos zijn en dus minder inkomsten zullen aangeven. Ook zullen bedrijfssluitingen en - faillissementen de belastingbasis voor opcentiemen verkleinen en zullen de OCMW’s meer aanvragen krijgen voor steun. “Steden en gemeenten verwachten minstens 10 procent meer steunaanvragen de komende twee jaar, bij steden gaat het zelfs om 50 procent meer”, aldus Erauw. Ook blijft het kostenplaatje voor de pensioenen van vastbenoemd personeel een probleem. Ook wijst Belfius erop dat de steunmaatregelen die de overheden nu aanbieden aan de steden en gemeenten in de toekomst zullen verdwijnen.

Belfius geeft ook aan dat de steden en gemeenten ambitieuze plannen hadden voor investeringen, met 14,5 miljard euro aan aan investeringen in de meerjarenplannen, of 2 miljard euro meer dan in de vorige legislatuur. Belfius vreest dat de zoektocht naar middelen om op korte termijn inwoners te ondersteunen het investeringsvermogen van de lokale besturen op langere termijn nog meer  hypothekeren. En dat terwijl infrastructuurwerken helpen bij de relance. “Ze verhogen de productiviteit en verbeteren de welvaart van morgen”, klink het.

De impact van corona op steden en gemeenten is sowieso sterk afhankelijk van gemeente tot gemeente, al zal de grootste impact er zijn bij de steden en centrumsteden. Zij hebben vaak een kleinere buffer, terwijl ze te maken krijgen met meer werkloosheid en kansarmoede en meer investeringen hadden voorzien in de meerjarenbegroting.