Vlaamse regering schaft arrondissementscommissarissen af

De Vlaamse regering zal geen arrondissementscommissarissen meer benoemen. Deze ambtenaren staan de gouverneurs bij. Voortaan zullen de gouverneurs medewerkers moeten aanwerven zoals ze andere ambtenaren aanwerven. Per provincie blijft er wel nog één commissaris over voor de uitoefening van federale taken.

Arrondissementscommissarissen zijn een soort adjunct-gouverneurs. Hun functie is in 1836 in het leven geroepen omdat de gouverneur niet overal kon zijn. Ze kregen elk een eigen ambtsgebied toegewezen. De regering, later de Vlaamse regering, benoemde deze ambtenaren, zonder dat ze er een examen moesten voor afleggen. Over de vijf Vlaamse provincies samen zijn er vijftien dergelijke commissarissen.

In het kader van de "interne staatshervorming" heeft de Vlaamse regering beslist die functie af te schaffen. Gouverneurs die medewerkers nodig hebben, zullen een open vacature en een vergelijkend examen moeten uitschrijven. De medewerkers van de gouverneur zullen ook minder betaald worden dan de commissarissen nu. Ze worden verloond volgens de barema's van de andere Vlaamse ambtenaren.

Omwille van federale regelgeving is de Vlaamse regering niet bevoegd om de functie volledig af te schaffen. Van de vijftien arrondissementscommissarissen die er nu zijn, zal in de toekomst dus in elke provincie nog steeds één arrondissementscommissaris overblijven voor de uitoefening van federale taken. In de provincie Limburg komt daar nog een adjunct-arrondissementscommissaris bij voor het toezicht op het taalgebruik in bestuurszaken in de faciliteitengemeente Voeren.