Vijfde verdachte trok naar Syrië met twee leden van terreurcel Verviers

Archiefbeeld van de inval bij de leden van de terreurcel in Verviers.
Photo News Archiefbeeld van de inval bij de leden van de terreurcel in Verviers.
Op het proces rond de terreurcel van Verviers is vandaag de vijfde verdachte, Abdelmounaïm Haddad, ondervraagd. De man was in april 2014 naar Syrië vertrokken in het gezelschap van Soufiane Amghar en Khalid Ben Larbi, de twee leden van de terreurcel die omkwamen bij de politie-inval in Verviers, op 15 januari 2015. Naar eigen zeggen kende Haddad verder niemand van de verdachten op het proces.

Abdelmounaïm Haddad was in juni 2013 al naar Syrië vertrokken omdat zijn broer, die er aan de zijde van de jihadisten streed, gewond was geraakt. Hij was er zes maanden gebleven om zijn broer te helpen bij zijn revalidatie. In april 2014 reisde Haddad opnieuw naar Syrië, volgens hem omdat zijn broer opnieuw gewond was geraakt. Nochtans waren er aanwijzingen dat zijn broer al in december 2013 gesneuveld was. Zo was er niet alleen politionele informatie over dat overlijden, maar verklaarde Syrië-ronselaar Khalid Zerkani na zijn arrestatie in februari 2014 ook dat hij Abdelmounaïm Haddad had afgeraden naar Syrië te gaan. Naar eigen zeggen had Zerkani medelijden met Haddad's moeder, omdat die al een zoon had verloren.

"Mijn broer was niet dood", verklaarde Abdelmounaïm Haddad. "Hij had me enkele dagen voor ik vertrok, nog gebeld. Pas enkele dagen na mijn terugkeer in België kreeg ik te horen dat hij dood was, we kregen foto's van zijn lijk."

Haddad raakte bij die tweede reis niet tot in Syrië, maar werd tegengehouden in de luchthaven van Istanboel en teruggestuurd. Sindsdien houdt hij zich naar eigen zeggen ver van alles wat met jihadisme te maken heeft.

"Ben Larbi kende ik omdat hij in dezelfde boksclub als ik trainde", zei de man nog. "Amghar kende ik helemaal niet, net zomin als Abdelhamid Abaaoud of zijn broer Yassine, Omar Damache, Souhaib El Abdi of Mohamed Hamza Arshad. Karim Ahalouch was een vriend van mijn broer die in Syrië sneuvelde en Marouan El Bali was een vriend van mijn andere broer."

Arshad en El Bali geconfronteerd met gewijzigde verklaringen en leugens

Op het proces heeft rechtbankvoorzitter Pierre Hendrickx twee verdachten, Marouan El Bali en Mohamed Hamza Arshad, geconfronteerd met een aantal verklaringen die ze de voorbije dagen hadden afgelegd en die fout gebleken zijn of die ze zelf intussen hadden aangepast. Arshad verklaarde dat hij niets toe te voegen had aan zijn eerdere verklaringen terwijl El Bali opnieuw nuances en wijzigingen aanbracht.

Mohamed Hamza Arshad had dinsdag verklaard dat hij in zijn eentje de teruggekeerde Syrië-strijders Soufiane Amghar en Khalid Ben Larbi was gaan ophalen, in Duitsland en Frankrijk. Donderdag en vrijdag bleek echter dat hij daarbij hulp had gekregen van Marouan El Bali.

"Arshad is me op 2 januari komen vinden in Molenbeek en heeft me toen gevraagd om Soufiane Amghar mee te gaan halen in Duitsland", zei El Bali vrijdagvoormiddag. "We zijn in twee wagens gereden, ik reed voorop omdat de gps in de wagen van Arshad kapot was. We brachten Soufiane vanuit Duitsland naar Verviers en daar heeft Soufiane me gevraagd een vriend van hem te gaan ophalen in Rijsel. Vanuit Rijsel ben ik teruggereden naar Brussel, ik ben niet meer naar Verviers geweest. Arshad is Ben Larbi nog gaan afzetten in Verviers."

Voorzitter Hendrickx vroeg daarop aan Arshad waarom hij gelogen had, waarom hij El Bali in bescherming had genomen en of zijn banden met El Bali misschien nauwer waren dan hij wilde toegeven.

"Ik heb niets toe te voegen aan mijn eerder verklaringen", was het enige antwoord van Arshad.

De voorzitter confronteerde daarop Marouan El Bali met zijn eerdere verklaringen over "Ahk" of "Far", de man naar wie in verschillende afgeluisterde gesprekken tussen El Bali en de terroristen in Verviers werd verwezen. Donderdag verklaarde El Bali dat die "Akh" helemaal niet bestond en dat hij dat personage enkel gebruikte om Amghar en Ben Larbi te doen denken dat hij deed wat ze hem vroegen, namelijk op zoek gaan naar wapens, een huis en een wagen.

"Uit het dossier blijkt dat die "Akh" wel degelijk bestaat", zei voorzitter Hendrickx. "Hij is een vriend van "Omar"/Abaaoud, hij woont in Frankrijk, hij kan voor valse papieren zorgen en Amghar mag hem onder geen enkel beding zien."

Uit de afgeluisterde gesprekken blijkt ook dat El Bali bij "Ahk" zou geweest zijn, en dat hij voorstelt om met Amghar tot bij "Ahk" te gaan of met "Ahk" to bij Amghar te komen.

"Die "Ahk" bestaat wel degelijk", gaf Marouan El Bali uiteindelijk toe. "Amghar zei me bij onze ontmoeting, in de nacht van 2 op 3 januari, dat ik hem moest contacteren. Bij het volgende contact dat ik met Amghar had, deed ik alsof ik "Ahk" had gezien, maar dat waren leugens. Ik voelde ook dat Amghar "Ahk" helemaal niet zelf wilde zien, daarom blufte ik toen in het had over een bezoek."

Wie "Ahk" is, weet El Bali naar eigen zeggen niet. "Als ik het wist, zou ik het zeggen, maar ik weet het niet en wil hier geen verhaaltjes uitvinden."