Vetsmelters Verkest krijgen twee jaar met uitstel

UNKNOWN

De correctionele rechtbank van Gent heeft Jan en Lucien Verkest veroordeeld tot twee jaar celstraf met uitstel. De vetsmelters Verkest verliezen ook een bedrag van 3.513.388 euro omdat ze die met de handel verdiend hadden. De rechter beslist later over de torenhoge schadevergoedingen. Leveranciers Jacques en Jacqueline Thill van Fogra kregen een jaar cel met uitstel. Jan en Lucien Verkest gaan in beroep tegen hun veroordeling. Dat zegt hun advocaat Hans Rieder. De raadsman legde na afloop een conclusie neer waarin hij aanvoert dat het vonnis nietig zou zijn.

"Eigen belang boven volksgezondheid"

De Gentse correctionele beschouwt de belangrijkste beschuldigingen bewezen. "De beklaagden hebben hun eigen economische belang boven de volksgezondheid gesteld", oordeelde rechtbankvoorzitter Jan Van Den Berghe.

"De beklaagde handelden uitsluitend uit winstbejag. Ze hebben grote winsten gerealiseerd en vervalsten de concurrentie met bedrijven die wel de regels naleefden."

Mengeling technisch en dierlijk vet

Jan en Lucien Verkest stonden onder meer terecht voor valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en bedrog in koopwaar. Ze verklaarden op factuur dat ze aan meng- en veevoederfabrikanten gesmolten dierlijk vet leverden, terwijl het om een mengsel van dierlijk en technisch vet ging.

"Het is bewezen dat Verkest een mengeling van technisch en dierlijk vet leverde in plaats van zuiver dierlijk vet", zei rechtbankvoorzitter Jan Van Den Berghe. "Ze wilden niet dat hun klanten dit wisten. Hun doel was wel degelijk de omvang van de mengeling dierlijk en technisch vet te verdoezelen."

Transformatorolie met pcb's

Voor de sprl Fogra in Bertrix (nu Protelux) stonden Jacques Thill en zijn zus Jacqueline terecht. Het bedrijf Fogra leverde met giftige pcb's besmette vetstoffen aan Verkest. Fogra haalde in Waalse containerparken frituurvetten op, die door een onbekende vervuild werden met transformatorolie met pcb's. De rechtbank oordeelt dat de nalatigheid van Jacques en Jacqueline Thill vaststaat.

"Het gerechtelijk onderzoek heeft aangetoond dat het er bijzonder slordig aan toe ging bij Fogra. Motorolie en gesmolten plastiek kwamen in het frituurvet terecht. Jacques en Jacqueline Thill wisten dat het vet gebruikt werd in dierenvoeding. Jan en Lucien Verkest wisten ook dat het technisch vet afkomstig was uit containerparken. Ze hadden de vetten aan een kwaliteitscontrole moeten onderwerpen en zijn niet misleid door Fogra", motiveerde de rechtbank.

"Jan en Lucien Verkest inspiratoren van fraude"

De rol van Fogra is echter kleiner dan die van Jan en Lucien Verkest, die de rechtbank als "de inspiratoren" van de fraude omschrijft. "Jan en Lucien hebben bewust het risico genomen om technisch en dierlijk te mengen." De verantwoordelijkheid voor een crisis met enorme maatschappelijke en financiële gevolgen ligt dan ook bij Verkest, aldus de rechtbank.

De burgerlijke kant van de rechtszaak is uitgesteld. De Belgische staat eist een bedrag van 400 miljoen euro, maar ook een zestigtal veevoederfabrikanten, broeierijen en slagers vragen omvangrijke schadevergoedingen.

De rechter verklaarde een bedrag van 3.513.388 euro verbeurd voor zowel Jan als Lucien Verkest. De redelijke termijn werd niet overschreden. "Jan en Lucien Verkest hebben niets onverlet gelaten om de zaak zolang mogelijk te laten duren", aldus het vonnis. "Aan de overheid kunnen we geen nodeloze vertraging toerekenen." (belga/mvdb)

UNKNOWN