Veroordeelde moordenaar riskeert tot 11 jaar voor zedenfeiten op stiefdochter

THINKSTOCK
Het Brusselse parket heeft een gevangenisstraf van 3 jaar cel gevorderd tegen de 53-jarige Rudy M., omdat de man in 2011 zijn toen 15-jarige stiefdochter had aangerand. Het parket vroeg bovendien dat de man, die in 1996 veroordeeld werd tot levenslange dwangarbeid voor de moord op zijn echtgenote, 8 jaar ter beschikking zou gesteld worden van de strafuitvoeringsrechtbank. M. bekende de feiten maar zijn advocaten hopen op een straf die zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling niet in gevaar brengt.

Rudy M. bracht op 2 maart 1991 zijn toenmalige echtgenote om het leven. Terwijl hij in de maanden voordien rondbazuinde hoe goed zijn huwelijk wel was, bereidde hij al die tijd de moord voor. Enkele dagen voor de feiten nam hij bij zijn ouders een aantal kalmeerpillen van zijn vader uit een kast. Toen zijn schoonmoeder op 2 maart naar een feest ging, plette M. een tiental pillen en mengde hij de inhoud met fruitsap en alcohol en gaf het mengsel aan zijn echtgenote. Die werd er suf van, waarna M. haar naar de badkamer bracht en in het bad verdronk.

Het overlijden van de vrouw wekte niet onmiddellijk argwaan. Omdat ze aan epilepsie leed, werd gedacht aan een ongeval. Pas drieëneenhalf jaar later, in december 1994, werd M. opgepakt en aangehouden nadat hij de Hasseltse BOB door zijn eigen loslippigheid op het spoor van de moord had gezet. M. legde volledige bekentenissen af en werd door het krijgshof in 1996 veroordeeld tot levenslange dwangarbeid.

Voorwaardelijk vrij
M. kwam in 2005 voorwaardelijk vrij. Intussen had hij in de gevangenis verschillende hogere diploma's behaald en in 2008 ging hij als onderzoeker aan de slag op de faculteit criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. In 2011 vergreep hij zich echter aan zijn 15-jarige stiefdochter. Volgens de man had het meisje, zoals elk tienermeisje, een groot geheim en wou hij dat achterhalen en probeerde hij haar tegelijkertijd van haar schroom over haar lichaam af te helpen.

"Verkrachter spelen"
Eerst schotelde hij het meisje een zogezegde wetenschappelijke enquête over seksualiteit voor. Later, tijdens een zomervakantie in Frankrijk, greep hij haar bij de borsten en in december dwong hij haar om mee te doen met een spelletje "verkrachter spelen", waarbij hij haar op bed gooide en bepotelde.

Toen de feiten aan het licht kwamen, betaalde M. therapie voor het meisje maar volgens haar advocaat was dat niet met de beste bedoelingen. "Dat was alleen om ervoor te zorgen dat alles zo snel mogelijk vergeten werd", zei meester Annemie De Clercq, die voor het meisje optrad. "Hij heeft haar de illusie van een veilig gezin, een veilig nest afgenomen. Het ergste daarbij is dat haar moeder nog steeds zijn kant kiest."

Psychopatisch en narcistisch
Ook het openbaar ministerie tilde bijzonder zwaar aan de feiten en verwees onder meer naar het psychiatrisch verslag over de man. Dat omschreef hem als psychopatisch en narcistisch, met een hoog risico op recidive. "Hij heeft geen enkel respect voor het slachtoffer, noch voor haar psychische, noch voor haar fysieke integriteit", klonk het.

De verdediging pleitte ervoor om M. niet terug te sturen naar de gevangenis. "Voor de feiten in 1991 had hij een foutloos parcours en zijn reïntegratie na zijn vrijlating is ook probleemloos verlopen", pleitte meester Christine Mussche. "Zijn probleem is zijn narcistische persoonlijkheidsstoornis maar daar is behandeling en begeleiding voor mogelijk."

De advocate stelde dan ook een straf voor die de strafuitvoeringsrechtbank niet zou verplichten M.'s voorwaardelijke invrijheidsstelling in te trekken maar een verdere opvolging onder strenge voorwaarden zou mogelijk maken.

Vonnis op 27 juni.