Vaker passief roken bij Brusselaars en Walen dan bij Vlamingen

UNKNOWN

De Brusselse en Waalse gezinnen zijn thuis meer blootgesteld aan passief roken dan de gezinnen in Vlaanderen, zo blijkt uit de resultaten van de vierjaarlijkse Gezondheidsenquête die het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid in 2008 uitvoerde.
 
Rokend gezinslid
Gemiddeld is er in iets meer dan een kwart van de Belgische huishoudens (27 procent) minstens één persoon die elke dag of bijna elke dag thuis rookt. De enquête geeft voorts aan dat mensen met een lager opleidingsniveau vaker blootgesteld zijn aan passief roken dan zij die een diploma hoger onderwijs hebben.

Geen beperking
Meer dan een derde van de Belgische gezinnen legt thuis geen enkele beperking op de blootstelling aan passief roken op. Wie dat wel doet, kiest er meestal voor het roken te verbieden in de woning.
De situatie is "vooral verontrustend" in Luik en Charleroi, waar meer dan de helft (55 procent) van de ondervraagde huishoudens geen enkele maatregel treft om de blootstelling aan het passief roken thuis te beperken. In Brussel is dat 37 procent en in de grote Vlaamse steden 28 procent, zo staat voorts in het rapport.

Positief
In de enquête worden toch twee positieve punten vastgesteld: het aantal gezinnen dat thuis blootgesteld is aan passief roken, daalt (van 31 procent in 2004 tot 27 procent in 2008), alsook het aantal gezinnen dat geen enkele beperking oplegt (van 60 procent tot 37 procent). (belga/ep)