Tienerpooiers of loverboys: wat België nog kan leren van zijn noorderburen

Illustratiebeeld
ANP Illustratiebeeld
België en Nederland bundelen de krachten om kinderprostitutie aan te pakken. En dat blijkt nodig te zijn. Terwijl Child Focus pas in 2015 een eerste studie uitvoerde naar het fenomeen, onderzoekt Nederland het al sinds 1998. We kunnen het een en ander leren van onze noorderburen rondom de problematiek.

Zowel in Nederland als in België stijgt het aantal minderjarige prostituees, te wijten aan nieuwe ronseltechnieken maar ook de ongrijpbaarheid van slachtoffers. In Nederland is men al langer bezig met de aanpak van tienerpooiers, in de volksmond ‘loverboys’. En nog specifieker met de begeleiding van hun slachtoffers.

Situatieschets
Het is erg moeilijk om een cijfer te plakken op het aantal slachtoffers in Vlaanderen. Zowel slachtoffers als daders worden in België door het gerecht en de politie algemeen geklasseerd, zonder erbij te vermelden dat het om de tienerpooierproblematiek gaat. Daardoor kunnen organisaties zoals Child Focus geen archieven raadplegen om de balans op te maken. Verder is er een groot detectieprobleem. Slachtoffers doen zelden zelf aangifte. Dat komt omdat ze zichzelf niet als slachtoffer beschouwen of ze durven niet de nodige stappen te zetten omdat ze bijvoorbeeld gechanteerd worden. 

In 2016 opende Child Focus 37 nieuwe dossiers rond tienerpooierslachtoffers. In 2017 waren dat er nog eens elf nieuwe en elf oude. Dat betekent dat slachtoffers zich vaak enkele jaren in de klauwen van tienerpooiers bevinden. In werkelijkheid gaat het trouwens over veel meer jongeren die worden uitgebuit. Het aantal dossiers dat Child Focus kan openen, is slechts het topje van de ijsberg. 

Coördinatiecentrum Mensenhandel in Nederland registreerde 42 Nederlandse slachtoffers, gevallen voor de ‘loverboytechnieken’ in 2016.

Opvang

Een van de belangrijkste tekortkomingen in Vlaanderen is het gebrek aan aangepaste begeleiding voor de slachtoffers. Er zijn wel zorginstellingen, maar niet met zulke specialisaties. “Nederland telt vier gespecialiseerde instellingen”, legt Gideon Van Aartsen uit. Van Aartsen is onderzoeker bij Watch, deel van kinderrechtenorganisatie Terre Des Hommes én de organisatie die zal samenwerken met de stad Antwerpen om de problematiek aan te pakken.

Bij ons belanden slachtoffers in jeugdinstellingen. Maar zelden belanden ze in zulke instellingen door de tienerpooierproblematiek. Het gaat om minderjarigen die zich in moeilijke opvoedingssituaties bevinden waardoor ze makkelijk in de val van tienerpooiers trappen, al dan niet voordat ze in een zo’n instelling huizen. Veel meisjes doen geen aangifte bij de politie, omdat ze zichzelf simpelweg niet als slachtoffer beschouwen of niet geholpen willen worden. Kortom, het gaat om meisjes die erg kwetsbaar en gevoelig zijn met vaak een verstoord beeld over seksualiteit.

In de jeugdinstellingen loert niet enkel het gevaar van tienerpooiers om de hoek, maar ook ‘lovergirls’ zijn een precair verschijnsel . Lovergirls zijn meisjes die zich al in het wereldje begeven en geld ontvangen wanneer ze andere meisjes ronselen. Zulke meisjes laten zich soms zelfs met opzet opnemen in een instelling om daar anderen de contactgegevens van hun pooier te bezorgen. “Slachtoffers die in instellingen verblijven zijn inderdaad vaak draaideurgevallen”, vult Gideon Van Aartsen aan. “Ze belanden er op erg jonge leeftijd waardoor ze kwetsbaar zijn. Tienerpooiers wachten hen op aan de poort, beloven dat ze goed voor hen zullen zorgen en geven hen aandacht.”

Opsporen

Watch is voornamelijk gespecialiseerd in het opsporen van minderjarige prostituees. “Daarvoor doen we beroep op burgerparticipatie, waarbij burgers strafbare feiten kunnen melden”, aldus Van Aartsen. Dat is een nieuw fenomeen dat in Vlaanderen enkel tot het domein van de politie behoort. Maar omdat slachtoffers zelf vaak geen stappen willen of durven ondernemen, kan een platform als Watch soelaas bieden: “Iedereen kan bij ons terecht. Wij stapelen het bewijs op, screenen en leggen het materiaal tijdens onze wekelijkse afspraak met de politie aan hen voor.” 

Loverboys versus tienerpooiers

Noem het geen loverboys maar tienerpooiers. De term ‘loverboy’ dook voor het eerst op bij onze noorderburen, maar klinkt ietwat lief. In feite gaat het om “mensenhandelaars die vrouwen en/of mannen doelbewust emotioneel afhankelijk maken door (de belofte van) het aangaan van een liefdesrelatie die hen vervolgens –via dwang, (dreiging met) geweld of een andere feitelijkheid afpersing, fraude, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, misbruik van een kwetsbare positie van deze vrouwen of mannen- uit te buiten, veelal in de prostitutie”. Tienerpooier is een betere term om het verschijnsel aan te duiden omdat het meisje niet noodzakelijk verliefd dient te worden op haar pooier. Emotionele afhankelijkheid uit zich niet noodzakelijk in blinde verliefdheid volgens Child Focus. Bovendien zijn de tienerpooiers zelden minderjarig. 




3 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Paul Keulemans

    Als zo'n pooier wordt opgepakt, geef hem dan gewoon 10 jaar. Dan houdt het snel op ! En de klanten ook aanpakken, geen pardon van' ik weet het niet' duizenden euro's boet en klaar ermee !

  • Eddy Bryon

    Belgie kan NIETS leren , er zitten er teveel die hun zegje moeten doen !!!!

  • pat coens

    er moeten dan ook zwaardere straffen komen voor die tienerpooiers en idd het gaat om blinde verliefdheid dat misbruikt wordt