Terrorismeproces BBET moet opnieuw worden gepleit

De leden van 'Bloed, Bodem, Eer en Trouw' (BBET) voor de correctionele rechtbank in Dendermonde.
PHOTO_NEWS De leden van 'Bloed, Bodem, Eer en Trouw' (BBET) voor de correctionele rechtbank in Dendermonde.
Op het proces tegen de leden van de extreemrechtse groepering BBET (Bloed, Bodem, Eer en Trouw) zullen alle partijen opnieuw uitgebreid pleiten. Dat bleek voor de correctionele rechtbank van Dendermonde, die de zaak opnieuw behandelde nadat het proces een jaar stil lag in afwachting van een beslissing van het Grondwettelijk Hof.

Het gerecht rolde de bende in september 2006 op. Bij huiszoekingen in de legerkazernes van onder meer Leopoldsburg en Kleine Brogel en op 18 privéadressen werden honderden wapens in beslag genomen. Zeventien beklaagden moeten zich verantwoorden voor tenlasteleggingen als terrorisme, bendevorming of wapenbezit. Vier verdachten worden beschouwd als de leiders van een criminele organisatie en terroristische groepering.

Het proces lag een jaar stil omdat de correctionele rechtbank een prejudiciële vraag stelde aan het Grondwettelijk Hof over de rol van het federaal parket. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat het federaal parket bevoegd is om als openbaar aanklager op te treden, en de correctionele rechtbank nam daar vandaag kennis van. Omdat de zaak door een nieuwe voorzitter wordt behandeld, kondigden verschillende advocaten aan dat ze opnieuw zullen pleiten voor hun cliënten. Ook het openbaar ministerie zal minstens twee uur nodig hebben om opnieuw te vorderen.

De correctionele rechtbank besliste deze namiddag dat er opnieuw drie dagen nodig zullen zijn om de zaak te behandelen. De Belgische Staat en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) hebben hun vordering hernomen. Het openbaar ministerie komt op 9 oktober in de voormiddag aan het woord. In de namiddag is het de beurt aan de verdediging van de hoofdverdachten. Op 10 en 11 oktober pleit de verdediging van de andere verdachten. Verschillende beklaagden voeren aan dat de redelijke termijn overschreden is.

De uitspraak valt vermoedelijk eind 2013 of begin 2014.