Te weinig informanten in strijd tegen terroristen

De arrestatie van Salah Abdeslam in maart van dit jaar.
AP De arrestatie van Salah Abdeslam in maart van dit jaar.
De Staatsveiligheid geeft zelf toe te weinig goedgeplaatste informanten te hebben die concrete en volledige info kunnen geven in de strijd tegen het terrorisme. Dat staat in een tweede tussentijds rapport van toezichthouder Comité I over de aanslagen in Parijs, schrijft De Tijd. In juni starten wel 22 nieuwe 'spionnen', weet De Standaard.

De Staatsveiligheid had voor de aanslagen in Parijs via haar informanten geen enkele info opgevangen over de broers Abdeslam. Ze had wel zaken vernomen over vier betrokken terroristen, onder wie de sleutelfiguren Abdelhamid Abaaoud en Mohamed Abrini, maar die informatie was "voor 90 procent afkomstig van maar enkele informanten".

In het aan het parlement bezorgde rapport erkent de Staatsveiligheid dat het rekruteren en het beheren van een informant in het "jihadistische milieu" moeilijk is, hoewel dat net haar opdracht is. "We moeten permanent op zoek gaan naar nieuwe bronnen", luidt het.

Die dienst blijkt ook opvallend weinig informatie te hebben vergaard over de terroristen door sociale media zoals Twitter en Facebook in de gaten te houden. De bevoegde cel telt dan ook maar zes mensen, is pas sinds 18 maart vorig jaar actief en wordt overstelpt met gegevens.

Nieuwe 'spionnen'

Vanaf 1 juni zal de inlichtingendienst van Staatsveiligheid wel worden versterkt met 22 inspecteurs, bericht De Standaard. Dat zijn 'gerecycleerde' mensen, die voordien voor de dienst Persoonsbescherming werkten. De meerderheid van die dienst wordt overgeheveld naar de federale politie.

Het voordeel van de 22 nieuwe 'spionnen' is dat ze onmiddellijk aan de slag kunnen: ze hebben dezelfde basisopleiding gevolgd als de inspecteurs die momenteel het inlichtingenwerk voor hun rekening nemen. Maar de grote vraag, na het rapport van het Comité I, is of die mensen zullen volstaan om al het inlichtingenwerk te kunnen bolwerken.