Strafstudie? In deze school moeten lastige leerlingen de afwas doen in rusthuis

Don Bosco in Hoboken.
Google Street View Don Bosco in Hoboken.
Leerlingen die in het technisch instituut Don Bosco in Hoboken iets mispeuteren, krijgen geen strafstudie meer. Als straf moeten ze op woensdagnamiddag een handje toesteken in het nabijgelegen woonzorgcentrum. De ouderen, leerlingen én experts reageren positief.

De straf duurt tweeënhalf uur. "De inhoud van de karweitjes hangt af van waar er extra handen nodig zijn", zegt Ann De Maeyer, woon- en leefbegeleider in woonzorgcentrum Heydehof. "Dat kan gaan van helpen bij de afwas in de keuken, onze muziekmappen voorzien van nieuwe liedjes of wandelen met de bewoners. De gestrafte leerlingen mogen niet kiezen wat ze doen." Die leerlingen, meestal tussen 13 en 15 jaar, krijgen ook een rondleiding zodat ze leren wat een woonzorgcentrum is.

Rebels

Momenteel gaat het om maximaal twee leerlingen en dat één keer per maand. Omdat het rusthuis ook met andere scholen samenwerkt, is er niet altijd ruimte om er meer leerlingen hun straf te laten uitvoeren. Maar er wordt nagegaan of het aantal kan worden opgevoerd. "Er zijn leerlingen die het hier interessant vinden en zelfs zeggen dat ze later een job in de zorgsector willen. Anderen zien het echt als een straf en zijn rebels. Daarom komt er altijd een leerkracht mee om de leerlingen in de gaten te houden", zegt De Mayer. "Maar meestal kan die gewoon zijn werk doen terwijl de leerlingen hun taken uitvoeren."

"Elke school is vrij om een gepaste straf op te leggen", zegt Pieter-Jan Crombez, woordvoerder van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. "Wel vinden we het belangrijk dat de dader zijn verantwoordelijkheid opneemt. De focus ligt op het herstel van de schade aan de relatie. Liefst is er een verband tussen overtreding en straf. Ouders en leerlingen worden ook best betrokken bij het invullen van een alternatieve ordemaatregel. Meewerken met de klusjesman of de poetsploeg op school bij vandalisme om de schade te herstellen is zo'n maatregel."

Pedagoog Pedro De Bruyckere kadert alternatieve straffen binnen twee ruimere bewegingen: straffen die een maatschappelijke relevantie hebben enerzijds en anderzijds sociaal relevante stages die in het onderwijs ingevoerd worden. "Bij uitbreiding past het ook binnen het concept van de 'brede school', waarbij een school onderdeel moet zijn van de lokale gemeenschap. Daarnaast heeft een straf - als die al nodig zou zijn - best betrekking op wat er verkeerd is gegaan."

Beetje ongelukkig

Professor pedagogie Nadine Engels (VUB) is het erover eens dat een strafstudie doorgaans weinig leerzaam is. "Een opbouwende invulling, iets doen voor de samenleving, dat is positief. Alleen is het een beetje ongelukkig dat iets doen voor de samenleving als een straf wordt gepresenteerd. De straf zou ook met de leerling besproken moeten worden. Die moet immers leren uit gemaakte fouten, verantwoordelijkheid nemen en werken aan herstel. Kinderen, en adolescenten in het bijzonder, maken nu eenmaal fouten en daar leren ze ook uit. Idealiter zou de school met de leerlingen een straf op maat moeten bespreken. Op het niveau van de school vergt dat wat creativiteit, maar er zijn genoeg taken uit te voeren op een school. Papiertjes op de speelplaats oprapen, zoals vroeger vaak als straf gold, getuigt van weinig creativiteit, maar lijkt me niettemin nuttig."