Steden kunnen verschil maken met kinderopvang in kansarme wijken

Beeld ter illustratie, kinderopvang.
Getty Beeld ter illustratie, kinderopvang.
Steden kunnen het verschil maken in de ongelijkheid van kinderopvang bij kansarme gezinnen. Dat blijkt uit onderzoek van KULeuven en UGent. Omdat nabijheid een grote factor is voor het gebruik van kinderopvang en er minder plaatsen beschikbaar zijn waar meer kansarme mensen wonen, draagt het beleid rond crèches bij aan die ongelijkheid.

Het is al lang bewezen dat kwaliteitsvolle kinderopvang in aanvulling op de opvoeding, langdurig positieve effecten heeft. Maar de meest gegoede gezinnen gebruiken de kinderopvang twee keer zo vaak als de meest kansarme gezinnen. Naar die oorzaken werd al veel onderzoek gedaan, vooral naar factoren eigen aan gezinnen. 

Volgens het nieuwe onderzoek blijkt dat ook beleidsfactoren daar veel invloed op hebben. Zo blijkt dat steden die zelf meer kinderopvang organiseren of besturen, ook vaak meer sociale gelijkheid in kinderopvang kennen.

Bereikbaarheid

Een van de belangrijkste aspecten in het gebruikmaken van kinderopvang is de bereikbaarheid. Voor kansengroepen is de nabijheid van groot belang. Zij zijn minder mobiel en kunnen minder makkelijk gebruik maken van kinderopvang die veraf ligt. 

Bij een tekort aan kinderopvang zijn het ook doorgaans de moeders die thuis blijven en dus niet kunnen gaan werken. "Om nieuwe tewerkstelling te ondersteunen is het daarom belangrijk dat nieuwe plaatsen ook daar beschikbaar zijn waar meer mensen wonen met een laag inkomen en een meer precaire arbeidssituatie", aldus de onderzoekers. 

Uitbreidingsbeleid

De Vlaamse overheid besliste om bijkomende plaatsen te erkennen in 2015, 2017 en 2018. De wetenschappers onderzochten nu of dat uitbreidingsbeleid die veranderingen volgde. Dat blijkt niet zo te zijn. Waar meer kinderen geboren worden, daalt de dekkingsgraad. Er kwamen dus wel meer plaatsen in kinderopvang bij, maar niet op de juiste plaatsen.

Dat kansarme gezinnen minder vaak gebruik kunnen maken van kinderopvang door slechte geografische spreiding, daardoor een ouder moet thuisblijven en dus niet kunnen gaan werken is een vicieuze cirkel. Om de ongelijke spreiding van kinderopvangplaatsen te doen afnemen, is het bij toekomstige uitbreidingen daarom belangrijk om ook sociale factoren voldoende gewicht te geven in de verdeling van de subsidies, luidt het advies.




3 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Jean West

    Kansarmen die niet werken en thuis zitten doen hun kinderen ook naar de opvang. Heeft de Univ dat al onderzocht?

  • peter colson

    Let op het woordje "kunnen". Anders gezegd in theorie Kan het misschien kloppen, maar al te vaak staat die theorie heel ver van de realiteit. We hadden het thuis met 5 kinderen en 1 inkomen het ook niet breed. Een rode partij ging altijd voor ons opkomen, maar raar genoeg ging het met ons beter toen we de rode arbeiderswijk en de partij de rug toekeerden. Ik kan nu een huis in Hongarije kopen

  • Gino Denil

    Dat gaat in tegen het beleid van onze opeenvolgende regeringen in. Het doet er zelfs niet toe hoe die samengesteld is. Die zorgen er steevast voor dat alle sociale voordelen, fiscale bonussen, subsidies, toelagen, goede zorg naar de betere verdieners gaan. Dat ze maar oppassen dat de Vlaamse regering niet uit de Vlaamse universiteiten stapt, zoals uit Unia.