Slechts één op drie allochtone vrouwen heeft job

Een allochtone cassière van een Albert Heijn-filiaal in Nederland.
Een allochtone cassière van een Albert Heijn-filiaal in Nederland.

In België ligt de werkloosheid bij migranten 10 procentpunten of bijna 2,5 keer hoger dan de werkloosheid van de autochtone bevolking. Bij de vrouwelijke allochtone bevolking is de situatie nog slechter: slechts één op de drie van de allochtone vrouwen heeft een job. Dat blijkt uit een rapport van de OESO. Als oorzaken wijst de OESO, de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling, onder meer naar de complexe federale staatsstructuur, naar taalproblemen en naar de werkloosheidsval, waarbij de financiële motivatie om een job te vinden onvoldoende groot is.

Vergelijking
In het rapport 'Jobs for Immigrants: Labour Market Integration in Belgium, France, the Netherlands and Portugal', dat vandaag werd voorgesteld in het bijzijn van minister van Werk en Gelijke Kansen Joëlle Milquet, vergelijkt de OESO de kansen die migranten krijgen op de arbeidsmarkt in België met de situatie in Nederland, Frankrijk en Portugal. Ons land scoort niet goed. Zo lag de werkloosheidsgraad bij de migranten, inwoners die niet in België geboren zijn, in de periode 2004-2005 op 14,8 procent bij mannen en 17,8 procent bij vrouwen. Bij de autochtone bevolking bedroeg de werkloosheidsgraad 5,9 procent bij mannen en 7,5 procent bij vrouwen. Bij de migranten die van buiten de Europese Unie (EU-15) komen, loopt de werkloosheid nog hoger op: 22 procent bij mannen en 24,5 procent bij vrouwen. Daarmee doet België het slechter dan de meeste andere OESO-landen.

Tweede generatie
Een andere verontrustende vaststelling uit het OESO-rapport is dat in België ook de kinderen van migranten, de zogenaamde tweede generatie, het veel slechter doen op de arbeidsmarkt dan de autochtone bevolking. De taal die thuis wordt gesproken, heeft een belangrijke invloed op die resultaten. Volgens de OESO kan dat probleem aangepakt worden door vroeg op te treden en door kinderen van migranten al vanaf de kleuterklassen taallessen aan te bieden. Toch blijken ook hoger opgeleiden van die tweede generatie vaker werkloos te zijn.

Federale structuur
De OESO levert kritiek op de ingewikkelde federale structuur van ons land. Integratie wordt vooral door de niveaus onder het federale geregeld en het beleid van de verschillende niveaus is niet voldoende op elkaar afgestemd. Daarom pleit de OESO voor meer transparantie en samenwerking.

Collectieve aanpak
Minister Joëlle Milquet geeft toe dat er een collectieve aanpak van het probleem moet komen. "De gewesten, het federale niveau en het onderwijs moeten samenzitten rond integratie", stelde Milquet. Zij kondigde aan dat er in maart volgend jaar een werkgroep zal samenkomen over het thema. Ook pleitte Milquet ervoor om het goede diversiteitsbeleid van de Vlaamse gemeenschap te kopiëren op federaal niveau.

Naturalisatie
België krijgt wel een pluim voor het feit dat migranten hier relatief gemakkelijk genaturaliseerd kunnen worden, dankzij de snelbelgwet. Migranten kunnen de Belgische nationaliteit krijgen als ze drie jaar in ons land wonen. Volgens de OESO is er bewijs dat die integratiemaatregel een positieve invloed heeft op de werkgelegenheid van migranten. Voorts blijkt uit het rapport dat nieuwkomers vlotter aan werk raken dan migranten die al langer in ons land zijn.

Aanbevelingen
Tenslotte doet de OESO ook enkele aanbevelingen. Zo is er volgens de organisatie nood aan betere statistieken en moeten de gegevens waarover de landen beschikken, beter gebruikt worden. Ook raadt de OESO aan om de kwaliteiten van migranten beter te benutten. Dat kan onder meer door de procedure voor de erkenning van buitenlandse diploma's te vergemakkelijken en transparanter te maken. (belga/lpb)

Minister van Werk en Gelijke Kansen Joëlle Milquet.
Minister van Werk en Gelijke Kansen Joëlle Milquet.