Recordaantal jongeren klopt aan voor crisishulp

THINKSTOCK
De crisismeldpunten in de jeugdhulpsector hebben in 2014 5.456 aanmeldingen geregistreerd. Een record en een verdubbeling tegenover 2012 (2.752 aanmeldingen). In veel gevallen blijft de hulpverlening bij een gesprek. In bijna 700 gevallen kregen de jongeren te horen dat er geen aanbod (bv. bed) beschikbaar was. Dat blijkt uit cijfers van het agentschap Jongerenwelzijn en het antwoord van minister van Welzijn Jo Vandeurzen op een vraag van Vlaams parlementslid Lorin Parys.

Soms loopt het helemaal mis en belanden kinderen of jongeren in een crisissituatie. Wanneer de gewone hulpkanalen geen soelaas bieden, is er een netwerk van crisishulpverlening.

De voorbije jaren is het aantal aanmeldingen bij de crisismeldpunt stelselmatig gestegen, van 2.355 in 2009 tot 3.552 in 2013. Vorig jaar piekte het aantal aanmeldingen tot 5.456. Eén aanmelding kan verschillende kinderen of jongeren betreffen. Daarnaast kan één cliënt ook verschillende keren zijn aangemeld. In 2014 was er sprake van bijna 6.500 jongeren.

Nieuwigheden

Sinds vorig jaar (en het decreet integrale jeugdhulp) zijn er wel een aantal nieuwigheden in de crisisjeugdhulp. Zo kunnen jeugdmagistraten kinderen of jongeren in crisis formeel aanmelden bij de netwerken. Ook ouders, kinderen of jongeren konden in het verleden niet zelf aanmelden bij de crisisnetwerken. Dat kan nu wel, op voorwaarde dat er geen hulpverlener bereikbaar is op het moment van de crisis.

Bij een aanmelding voor crisishulp, zijn er verschillende opties. Soms is er de pijnlijke vaststelling dat er geen aanbod is om de jongere op te vangen. Er is bijvoorbeeld geen bed vrij. Dat was in 2014 voor 691 aanmeldingen of 800 jongeren het geval. In heel veel gevallen (3.707 aanmeldingen) blijft het bij een gesprek en een advies. In die gevallen wordt er geen concrete hulp ingezet omdat men bijvoorbeeld oordeelt dat de jongere nog kan opgevangen worden in zijn netwerk of omdat men van mening is dat het niet om een crisissituatie gaat.

Daarnaast zijn er drie verschillende vormen van crisishulpverlening, gaande van een kortdurende intensieve interventie tot een langere begeleiding of een crisisopvang van een week (tot twee weken). Een jongere kan een combinatie van die hulpvormen krijgen. In 2014 waren er voor 632 jongeren interventies, voor 704 begeleidingen en voor 1.229 jongeren opvang.

Volgens het agentschap Jongerenwelzijn komt er in 2015 "een versterking van de crisismeldpunten, een uitbreiding van de capaciteit voor interventie en begeleiding en de oprichting van een ad hoc werkgroep crisis die zal werken rond de professionalisering van de crisisnetwerken".

"Verontrustend, maar niet onverwacht"

Sp.a noemt de verdubbeling van het aantal aanmeldingen voor crisishulp "verontrustend, maar niet onverwacht". Volgens Vlaams parlementslid Freya Van den Bossche bewijzen de cijfers één ding: "Vlaanderen slaagt er niet in om jongeren die hulp nodig hebben tijdig te helpen. Want kinderen en jongeren met problemen die op tijd en adequaat geholpen worden, hoeven niet terecht te komen in het crisishulpnetwerk."

Dat de piek in de cijfers niet onverwacht komt heeft volgens Van den Bossche onder meer te maken met de lange wachtlijsten in hulpverlening. Kinderen moeten vaak maanden, soms zelfs jaren wachten voor hulp via een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, een thuisbegeleidingsdienst of een Centrum voor Kind- en Gezinsondersteuning.

"Al te vaak belanden zij daar op een wachtlijst die hen maanden, soms zelfs jaren op hulp doet wachten. Wekt het dan verwondering dat de hulpvraag die niet beantwoord wordt soms escaleert tot een noodsituatie die de jongeren en zijn omgeving niet meer zelf in de hand hebben?", aldus Van den Bossche.

Ter illustratie: Bij een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg duurt het gemiddeld 104 dagen voor de begeleiding van een jongere begint, en de wachttijden bij thuisbegeleidingsdiensten voor jongeren met autisme bedragen gemiddeld tussen de twee en drie jaar.

Ook in de niet-rechtstreeks toegankelijke hulp - waarbij men via de intersectorale toegangspoort moet - lopen de wachtlijsten op. Van den Bossche: "Kinderen en jongeren die gespecialiseerde hulp nodig hebben, krijgen die niet, omdat er niet genoeg opvangcapaciteit is. Ze moeten een hele procedure doorlopen - om dan te horen dat ze (nog maar eens) op een wachtlijst belanden". "Is het, opnieuw, verwonderlijk dat hulpvragen dan escaleren tot noodsituaties, en die jongeren bij de crisishulp terechtkomen?", stelt Van den Bossche retorisch.

Volgens Van den Bossche blijkt uit de lopende hoorzittingen in het Vlaams Parlement dat de uitrol van de integrale jeugdhulp sputtert. Hulpverleners pleiten voor minder administratieve lasten en voor meer tijd en middelen om jongeren adequaat te helpen. De sp.a-politica roept de Vlaamse regering op: "Blijf niet doof voor de verzuchtingen uit het werkveld, en durf erkennen dat er dringend moet bijgestuurd worden".

Freya Van den Bossche.
PHOTO_NEWS Freya Van den Bossche.