Protest tegen niet-dragen toga moet onmiddellijk worden ingediend

UNKNOWN

Wie bezwaar maakt tegen het feit dat een rechter tijdens de rechtszitting geen toga draagt, moet onmiddellijk protest aantekenen. Nadien kan dit niet meer worden ingeroepen om het uitgesproken vonnis te wraken. Dat heeft het Hof van Cassatie onlangs beslist in een beroep tegen een vonnis van het arbeidshof dat zich baseerde op het feit dat een raadsheer geen toga droeg. Het vonnis wordt in de Juristenkrant besproken door Eric Brewaeys, docent aan de VUB.
 
Wie een verzoek tot wraking wil indienen moet dit volgens het Hof van Cassatie doen voor de aanvang van de pleidooien, tenzij de redenen van de wraking later zijn ontstaan. Aangezien je al voor de aanvang van de zitting kan zien of een rechter al dan niet een toga draagt dient het protest onmiddellijk te gebeuren. "Wie bezwaar heeft tegen een rechter die behoorlijk gekleed is, moet dus de kledij-inspectie voor de aanvang van het debat uitvoeren", aldus Brewaeys.
 
Volgens artikel 353 van het gerechtelijk wetboek wordt de kledij die magistraten en griffiers moeten dragen bij het uitoefenen van hun ambt bepaald door de koning. De Raad van State stipuleerde in 1992 "dat het dragen van een toga wordt opgelegd in het algemeen belang om het vertrouwen van de rechtzoekende in de onafhankelijkheid van de magistratuur te versterken." (belga/sps)