Polemiek over 'fiscale regularisatie' duurt voort

Minister Van Overtveldt en staatssecretaris Sleurs.
BELGA Minister Van Overtveldt en staatssecretaris Sleurs.
Ook nadat minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) meer toelichting heeft gegeven over de instructie van de Bijzondere Belastingsinspectie over de behandeling van spontane, laattijdig aangegeven inkomsten, blijft een deel van de oppositie bij haar standpunt dat die tekst indruist tegen de wet. Ahmed Laaouej (PS) laakte dat de minister "een illegaliteit indekt"

De interne instructie kwam er om een uniforme behandeling van dergelijke dossiers te verzekeren en te voorkomen dat advocaten zich aan fiscale shopping zouden overgeven. Nadat de oppositie er al langer had op aangedrongen, gaf de minister van Financiën de instructie van de BBI woensdag in het parlement vrij. Van Overtveldt stond daar eerst weigerachtig tegenover, net om niet te indruk te wekken dat er een regularisatie werd georganiseerd.

Socialisten en groenen vonden dat die instructie indruiste tegen de wet omdat bepaalde tarieven lager zouden liggen dat wat de wet voorschrijft - met bijvoorbeeld belastingverhogingen van 100 procent. Laaouej en Peter Vanvelthoven (sp.a) benadrukten daarbij dat het aan het parlement toekomt te bepalen welke belastingen er moeten worden betaald. De uitleg van BBI-topman Frank Philipsen in de bevoegde commissie kon hen niet overtuigen.

Dat bleek ook in de plenaire vergadering, waar minister Van Overtveldt tijdens een minidebat over de tekst aan de tand werd gevoeld. Eric Van Rompuy (CD&V) vond dat de minister de kans moest krijgen om op de "sterke beschuldigingen" te kunnen reageren en meende dat de oppositie de gevaarlijke toer opgaat "indien ze de BBI verdacht maakt".

Proportionaliteit

Minister Van Overtveldt herhaalde een deel van de argumenten die ook Philipsen had aangehaald en ging wat dieper in op het principe van de proportionaliteit die de BBI hanteert, waarbij hij aangaf dat de instructie het heeft over een belastingverhoging van minstens 20 procent.

Ook stelde hij dat de belastingverhoging van 100 procent uit de wet op de eenmalige bevrijdende aangifte van 2003 enkel geldt voor belastbare inkomsten geïnd voor 1 juni 2003, terwijl de instructie enkel slaat op inkomsten vanaf 2008. Marco Van Hees (PVDA) sprak die lezing van de wet tegen en verwees naar de wet van 2013 over de laatste fiscale regularisatie.

Voor Laaouej is de instructie symptomatisch voor de manier waarop de regering omgaat met de strijd tegen fiscale fraude en financiële criminaliteit. Benoît Dispa (cdH) stelde voor de bepalingen uit de instructie in een KB te gieten en aan de Raad van State voor te leggen. Die kan dan oordelen of alles wettelijk in orde is.