Pinokkiotest: "Pensioenkloof tussen België en omliggende landen loopt op tot 50 procent"

Photo News
De kloof tussen de Belgische pensioenen en die van de buurlanden loopt al op tot 50 procent. Dat berekende de studiedienst van de PVDA in een nieuwe studie. Maar klopt dat ook?

“Een werknemer die 40 jaar gewerkt heeft en even veel verdiende in België, Oostenrijk, Frankrijk, Luxemburg en Nederland heeft 40 tot 50 procent meer pensioen in die buurlanden dan in België”, zegt PVDA-pensioenspecialist Kim De Witte in de studie. 

"De oorzaak van de kloof is niet het langer of minder lang werken, want we vergelijken werknemers die exact even lang gewerkt hebben. De oorzaak ligt bij de wetgeving over de wettelijke pensioenen, die veel minder voordelig is in België. In de komende jaren riskeert de pensioenkloof tussen België en zijn buurlanden bovendien nog verder te stijgen. Dat blijkt uit een studie van het Planbureau, die aangeeft dat het wettelijk pensioen in verhouding tot het laatste loon voor mannelijke werknemers in België zal dalen met 10 procent."

Belgisch pensioen: 1.195 euro per maand

Volgens de PVDA krijgt iemand die 40 jaar gewerkt heeft aan een gemiddeld loon in België een pensioen van 1.195 euro per maand. In Duitsland zou dat 1.195,27 euro per maand zijn, in Frankrijk 1.744,40 euro, in Luxemburg 1.780,45 euro, in Nederland 1.823,33 euro en in Oostenrijk 1.889,19 euro.

"Een werknemer die exact even lang gewerkt heeft en exact even veel verdiend heeft, heeft dus een pensioen dat 42 procent hoger ligt in Frankrijk, 45 procent hoger in Luxemburg, 49 procent hoger in Nederland en 54 procent hoger in Oostenrijk", aldus de PVDA.

De PVDA nam als voorbeeld in de studie een mannelijke werknemer, vader van twee kinderen, die begin 2018 met pensioen is gegaan op 63-jarige leeftijd. De man is geboren op 1 januari 1955 en begon onmiddellijk na zijn studies te werken op 1 januari 1978 op 23-jarige leeftijd. Hij had een eerste jaarloon van 7.481,25 euro (toen 300.000 Belgische frank), zijn loon steeg elk jaar gemiddeld met 5 procent (2,5 procent inflatie en 2,5 procent reële loonstijging, promoties en jobwijzigingen inbegrepen). In 2017 verdiende hij na 40 gewerkte jaren 47.466,55 euro. Zijn huidige gezinstoestand is alleenstaande, geen kinderen ten laste, noch een echtgenote.

De cijfers die de partij naar voren schuift, kloppen op zich wel, zegt Yves Stevens, professor pensioenrecht aan de KU Leuven. Toch heeft hij ook zijn bedenkingen. "Pensioensimulaties en zeker internationale vergelijkingen zijn bijzonder complex omdat je de realiteit bijna nooit volledig kunt benaderen. Je hebt in elke simulatie winnaars en verliezers, gepensioneerden uit de ene categorie die in het ene land beter af zijn dan anderen uit een ander land. Iedereen heeft daardoor altijd wel ergens gelijk, maar zit eigenlijk ook altijd fout."

Lees hier ons charter: Pinokkiotest, wat kan u vertrouwen van wat politici beweren?

Wat tel je mee?

"De vraag is ten eerste al wat je mee telt. Vaak gaat het over 'het pensioen'. Maar wat is dat? In dit geval enkel het wettelijk pensioen. Maar in België heeft 80 procent van de werkenden een aanvullend pensioen en dat aantal stijgt nog. Dat is de realiteit, maar de vraag is of je die wil laten meetellen of niet." 

Stevens wijst bijvoorbeeld naar Nederland - wat de PVDA trouwens zelf ook doet. Daar krijgt een werknemer het wettelijk pensioen niet op basis van zijn loon, maar is er een soort volksverzekering (AOW). Die zou voor de werknemer in het voorbeeld 'maar' 1.173,33 euro bedragen, een bedrag dat al fors lager ligt dan de vermelde 1.823,33 euro. 

Nederland kent namelijk een verplichte aanvullende pensioenverzekering, die in dit geval ongeveer 650 euro zou bedragen.

'Pensioensimulaties en zeker internationale vergelijkingen zijn bijzonder complex omdat je de realiteit bijna nooit volledig kunt benaderen'

Yves Stevens, professor pensioenrecht KUL

Andere cultuur

Een ander voorbeeld toont volgens Stevens aan dat ook een andere cultuur voor een ander bedrag kan zorgen. "Scandinavische landen tonen in internationale vergelijkingen vaak een hoog pensioenbedrag. Maar dat is omdat er een huurtoelage bij zit, die bovenop het pensioen komt, omdat weinig mensen er een eigen woning bezitten."

Bij ons is er daarentegen jarenlang een politiek gevoerd om het bezit van een eigen huis te promoten en die politiek is ook bewust op ons pensioensysteem afgestemd, zegt Stevens. "Dat heeft uiteraard ook een invloed op het basispensioenbedrag."

Bruto of netto?

Een gepensioneerde krijgt zijn maandelijks pensioen uiteraard in een netto bedrag. Ook dat maakt vergelijkingen moeilijk, omdat de PVDA de bruto cijfers geeft en daar in de verschillende landen nog belastingen en taksen af moeten. Of de kloof dan nog even groot is, is niet duidelijk, omdat die berekening nog moeilijker, zo niet onmogelijk is.

De OESO probeerde het eind vorig jaar wel, zij het niet met een vast bedrag. De internationale organisatie berekende de netto pensioenen in verhouding tot het laatste loon in de verschillende OESO-landen. Hoe hoger het percentage, hoe hoger het pensioen dus. België scoort daarin ook lager dan de landen die de PVDA selecteerde voor de vergelijking, maar de kloof is wel kleiner. 

Zo is bij ons de ratio respectievelijk 62,6 procent (lage inkomens), 66,1 procent (gemiddelde inkomens) en 50,1 procent (hoge inkomens). In Frankrijk is dat 70,4 procent, 74,5 procent en 70,3 procent, en in Oostenrijk 92,2 procent, 91,8 procent, en 90,9 procent. 

Bovendien zijn er in de OESO-studie ook veel landen waar de verhouding nog lager is, terwijl die niet voorkomen in de PVDA-vergelijking (zie grafiek). Een Zweed krijgt bijvoorbeeld respectievelijk 62,4 procent, 54,9 procent en 67,7 procent. Gemiddeld krijgt een Europeaan met een laag loon 79,9 procent van zijn laatste loon aan pensioen, een gemiddelde verdiener 70,6 procent en een grootverdiener 66,8 procent.

Belastingen vloeien terug

Zo blijven er parameters die in het ene pensioenstelsel voordeliger zijn en andere die nadeliger zijn. Met de belastingen en heffingen die op pensioenen betaald worden, wordt er bijvoorbeeld ook beleid betaald dat op gepensioneerden is gericht, zegt Stevens. Zo vloeit de ZIV-bijdrage (ziekte- en invaliditeitsverzekering) van 3,55 procent voor bruto pensioenen boven de 1.470 euro ook terug naar ouderen die er door ziekte of invaliditeit recht op hebben. "Opnieuw: moet je zoiets mee tellen of niet als je een internationale vergelijking maakt?", vraagt Stevens zich af. "En wat met bijvoorbeeld het vakantiegeld? Dat is in België voor gepensioneerden vastgesteld op 738 euro voor iedereen. Niet elk land heeft dat."

Tot slot is de studie die de PVDA uitvoerde enkel van toepassing op één bepaalde categorie: de alleenstaande man van 63 uit het voorbeeld. Terwijl het pensioen voor elke burger anders is, afhankelijk van zijn of haar situatie. Dat was ook waar pensioenexpert Frank Vandenbroucke in onze krant vorig jaar al op wees, bij een eerdere versie van de studie. "Je moet ons systeem ook bekijken voor mensen met een laag loon en voor mensen die lang ziek zijn geweest", zei hij toen. Zo zou wie in België vijf jaar werkloos is geweest er wél beter aan toe zijn - idem voor de laagste lonen. 

'Je moet ons systeem ook bekijken voor mensen met een laag loon en voor mensen die lang ziek zijn geweest'

Frank Vandenbroucke in Het Laatste Nieuws, 29 juni 2017

Ook Oostenrijk heeft nadelen

Het kabinet van pensioenminister Daniel Bacquelaine wijst op dezelfde nuances als Stevens en Vandenbroucke. Woordvoerder Koen Peumans wijst erop dat het Oostenrijkse systeem, met hogere pensioenen, ook niet zaligmakend is, zoals Vandenbroucke al aangaf. "Per jaar dat je er vroeger op pensioen gaat, verlies je meer dan 5 procent. De uitzonderingsregimes zijn er stelselmatig afgebouwd, er is geen minimumpensioen, het pensioen is niet verbonden met een welvaartsenveloppe, de belastingen voor gepensioneerden zijn er hoger, enzovoort."

De PVDA blijft erbij dat de wettelijke pensioenen in België te laag zijn. "De fiscaliteit is hoog in België, ook voor gepensioneerden", zegt Kim De Witte, pensioenspecialist en auteur van de studie. "Elk systeem heeft inderdaad zijn voor- en nadelen, maar de tendens is wel duidelijk: wij hebben lage wettelijke pensioenen en dat is niet omdat we niet lang genoeg werken."

CONCLUSIE: EERDER WAAR

De cijfers aangehaald door de PVDA, kloppen op zich maar verdienen veel nuancering. Ze gaan enkel over één bepaalde categorie werknemers, behandelen enkel brutobedragen en behandelen enkel de pensioenen zonder de sociale context mee in rekening te nemen. Daarom beoordelen we deze claim als 'eerder waar'.

Het Laatste Nieuws



303 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Walter Kennes

    Eric Loyens......de AOW in Nederland bedraagt een kleine 800 euro. Waar jij die cijfers haalt is me een raadsel!

  • Antonio Rinaldi

    En de pensioenen voor politici in Belgie zijn van de hoogste in Europa.

  • WILLY ZACHEL

    Er zijn gewoon tévéél politieke partijen zodanig dat het altijd dezelfde zijn die moeten samen werken om te regeren en daardoor zal er nooit iets fundamenteel veranderen in België Het enige dat steeds veranderd is de oppositie maar dat is altijd véél geblaat en weinig wol ! Een soort dictatuur zou veel beter zijn uiteraard een dictatuur met gezond verstand

  • Danil Tasevski

    Met dank aan NVA en VLD!!!

  • guido van der smissen

    PVDA EN SPA zijn de 2 partijen die het gewone arbeidersvolk kunnen bekoren pensioenstelsel in Belgie 40%te laag tov Buurlanden ,taxen 35%meer den in buurlanden en levensmiddelen 30%duurder dan in buurlanden,met dank aan NVA,VLD , ze zijn de schande en de pest voor alle arbeiders