Petercam trof regeling met openbaar ministerie in fraudezaak De Jager

PHOTO_NEWS
Het beurshuis Petercam stipt aan dat het in de zaak De Jager-Tiberghien eerder al een schikking had getroffen met het openbaar ministerie en buiten vervolging is gesteld.

De Gentse raadkamer besliste gisteren om twee leden van de familie De Jager, het advocatenkantoor CBVBA Tiberghien en twee van haar medewerkers door te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Ze worden beschuldigd van het witwassen van zwart geld en schriftvervalsing, inbreuken op de wet van de inkomstenbelasting, het ontduiken van successierechten en misbruik van vennootschapsgoederen. Het beurshuis Petercam werd buiten vervolging gesteld omdat die eerder al een regeling hadden getroffen met het parket.

"Het gaat om een zaak van vermoeden van fiscale fraude uit hoofde van een cliënt. Petercam heeft nooit fiscale fraude gepleegd en Petercam heeft zelf geen belastingen ontdoken, maar werd enkel betrokken in het kader van een mogelijke fraude van een cliënt", klinkt het bij Petercam.

"Het was precies met het opzet om buiten vervolging te worden gesteld, dat Petercam een schikking heeft getroffen met het openbaar ministerie, al is Petercam altijd van overtuigd geweest geen strafrechtelijke fout te hebben begaan." Met de schikking wenste Petercam het strafdossier definitief af te sluiten.

De zaak draait rond de familie De Jager, die achter tapijtenfabrikant Osta Carpets zit. De familie had een schikking getroffen met de fiscus, maar gelekte bankgegevens uit Liechtenstein brachten aan het licht dat die regularisatie allesbehalve volledig was. Een deel zwart geld werd niet aangegeven, de familie ging over tot bekentenissen.