Onze journalisten mee op pad met onze troepen in Mali: "Ogen dicht, kalasjnikov omhoog en schieten tot kogels op zijn: zo werkt het niet"

45°C en loodzware trainingssessies

Benoit De Freine
In temperaturen tot 45°C wapenen onze Belgische militairen het Malinese leger tegen de extremistische terreur die het West-Afrikaanse land overspoelt. Het noorden lijkt reddeloos verloren, in het centrum stijgt de onrust. De militaire trainingen zijn loodzwaar, maar de enige manier om de terreur te stoppen. Van Defensie mochten we mee op pad met onze troepen in Mali.

Het is donker en beklemmend heet als we de luchthaven van hoofdstad Bamako bereiken. In de verte staat een colonne Belgische legervoertuigen, met daarrond tot de tanden bewapende militairen. Op de grond liggen kogelwerende vesten en helmen klaar. Hier, in het onrustige Mali, worden geen risico's genomen. Geen compromissen gesloten. "Het is een rit van twee uur tot de militaire basis in Koulikoro", zegt de leider van de sectie, wijzend naar een plattegrond. "Onderweg stoppen we niet. Voor niets. Worden we toch gedwongen, zoeken we een uitweg." Het gesprek maakt duidelijk dat dit geen vakantie wordt. Of zoals het in de dagen nadien een paar keer gezegd werd: "Vroeger wisten we perfect wie de vijand was. Die had ook een legeruniform aan. En was zwaarbewapend. Vandaag is het evengoed een burger die op een brommertje met een gasfles voorbijrijdt, nog even vriendelijk knikt en dan terugrijdt om de boel op te blazen."

In Mali is al jaren een burgeroorlog aan gang, waarbij Arabische strijders, Touareg-rebellen en nationalistische rebellengroepen mekaar én het regeringsleger bestrijden. In het noorden nemen terroristen systematisch kleine dorpen in handen, moorden de lokale overheden uit en installeren de sharia. Enkel de hele grote steden blijven voorlopig gespaard, maar militairen zeggen dat 80 procent van dat noorden in handen is van terroristen en dat een nieuwe Islamitische Staat in de maak is.

Benoit De Freine

"Toen we hier aankwamen om dat Malinese leger te helpen bij hun strijd, was het een ramp", zeggen Belgische militairen vandaag in dat kamp in Koulikoro. "Bij een aanval deden ze hun ogen dicht, schoten ze met hun kalasjnikov boven hun hoofd in het rond en als de kogels op waren, keken ze eens of ze iets geraakt hadden. Da's misschien karikaturaal uitgedrukt, maar zo was het wel." Dat Malinese leger is zowat 30.000 man sterk, al weet niemand dat heel zeker. Een leger zo groot als het Belgische, voor een land dat 40 keer zo groot is. De strijd lijkt hopeloos.

En dus kwam er in juli dit jaar een Europese trainingsmissie, EUTM Mali, om dat Malinese leger te wapenen tegen terreur. Met 27 deelnemende naties zowat de grootste missie ooit. Vandaag geleid door een Belgische generaal in Bamako en een Belgische kolonel in het trainingskamp in Koulikoro. En met 175 Belgen.



Bermbommen en hinderlagen

's Ochtends, op een aarden toegangsweg naar het trainingskamp, liggen Malinese soldaten verdoken achter struiken. Een stel anderen heeft net een bermbom ontdekt. Geen échte, maar geplaatst door de Belgische eerste sergeant Greg, die de troep moet leren hoe ze zulke bommen kunnen vinden. "Al járen aan het strijden, maar dat hebben ze eigenlijk nog nooit geleerd", zegt Greg. Terwijl zoveel Malinese soldaten al gestorven zijn door de verdoken bommen rond wegen en huizen. "Dit is zo belangrijk voor ons", zegt Brima Jara (40), die net terug is uit het oorlogsgebied in het noorden. "Ik verloor er veel makkers door het soort bommen dat we hier leren herkennen. Als ik straks opnieuw ga strijden, kan ik beter helpen." Dat zegt ook Antoine Koné, een 28-jarige Touareg die vandaag meevecht met het regeringsleger. Hij staat zwaarbewapend bovenop een pick-up. Over zijn oorlogsverleden wil hij niet heel veel kwijt. "Vier keer al heb ik gestreden in het noorden. Met wat ik hier leer van jullie Belgen, kan ik straks het leven van veel makkers redden. Want we hebben geen ervaring met bermbommen en hinderlagen. We rijden altijd maar gewoon door."

Benoit De Freine

Met zijn vijven hebben ze intussen een 'terroristenhol' in de verte uitgekamd. "Het is veilig, chef", roepen ze naar Greg. Waarna ze alle vijf terugkeren naar hun auto - wapen op de rug, babbeltje slaan. We hóren de Belgische eerste sergeant tandenknarsen. "Néé! Blijf dáár! Verzeker het huis! Als jullie allemaal terugkeren, kan de vijand terugkomen." Ah ja, niet aan gedacht... De cursus bommen zoeken van Greg duurt normaal vijf dagen, maar het moet nu in drie dagen. De Malinese soldaten moeten dringend terug naar het noorden. Héél dringend. De verliezen zijn er groot.

We mogen mee met luitenant Christophe. Die is onderweg om tactische trainingen te geven op een onherbergzaam stuk terrein. In de pantservoertuigen voor en achter ons zitten Spaanse militairen. Zij zijn de 'Force Protection' - met andere woorden: zorgen dat de trainer in leven blijft. De Force Protection voert een sweep uit, een controle om te zien of er de nacht voordien niemand een bom heeft achtergelaten. Pas als luitenant Christophe hoort dat het veilig is, rijdt hij verder. Wat later arriveren ook de Malinese militairen. Op een grote kaart toont luitenant Christophe het gebied. Hij geeft hen allemaal een fictieve oorlogssituatie mee en gewapend met pen en papier zetten de Malinezen zich in de schaduw van wat dorre struiken, om Christophe straks te vertellen hoe ze uit hun benarde positie zouden geraken. De Vlaming is hier sinds juli en heeft al vele tientallen Malinezen opgeleid. "Moeilijk, de meesten kunnen niet eens een kaart lezen. Ze komen van ver, maar we doen wat we kunnen. Er is minder inzicht. Ze vragen ons bijvoorbeeld altijd: 'Leer ons hoe we uit een hinderlaag geraken', maar eigenlijk gaat dat niet. Als je in een hinderlaag zit, kom je er meestal niet levend uit. Wat we hen wel kunnen leren, is hoe ze een hinderlaag tijdig kunnen herkennen. Maar dat vergt inzicht."

Het werkt wel, de 'Europese' aanpak. "De meesten zijn blij dat ze beter beschermd en beter bewapend tegen terreur terug naar het strijdtoneel kunnen keren. Die karikatuur van 'ogen dicht en schieten maar', dat is écht zo. Dat leren we hen af. En ze zien ook wel dat het beter is. Geregeld krijgen wij, trainers, op de laatste dag een klein aandenken. Een zelfgemaakt houten beeldje, of zo. Da's wel fijn. En ook wel moeilijk als je ze naar het front ziet vertrekken. We bouwen geen vriendschapsbanden op, dat kan niet. Het zou te gek zijn ook. Soms keren ze nooit meer terug."

Voodoo op zijn best

Onderweg terug naar het basiskamp, aan de oever van de Niger, doemt ineens 'Ghost City' op. Dat is een doods en verlaten dorpje in de schaduw van de imposante Mount Keïta. Een spookdorp vol huizen die nooit zijn afgewerkt. "Ze waren eigenlijk bestemd om er Malinese strijders en hun families in onder te brengen", zegt eerste sergeant-majoor Sander. "Maar bij de bouw van de woningen, zoveel jaar geleden, stierven zoveel arbeiders dat bewoners uit de regio het al snel over de 'vloek van de berg' hadden. Ze menen dat er een hele grote slang verborgen zit in de grotten van de berg. Tijdens patrouilles vinden we geregeld altaartjes, scheermesjes, kippenpluimen en bloed. Voodoo op zijn best. Ze hebben het dorp nooit willen afwerken. We gebruiken het nu als trainingsoord."

"Sinds we hier zijn, in 2013, is zowat 40 procent van het Malinese leger hier komen trainen", glundert kolonel Chris Vanhove, nog tot januari volgend jaar de grote baas van het trainingscentrum in Koulikoro. Hij is fier op de prestaties, fier op de Belgen. "We hebben de Malinezen al veel onheil bespaard. De soldaten zijn leergierig en erkentelijk. In het begin werd ons gezegd dat het nooit zou lukken, zo'n groot multinationaal project. Maar het werpt zijn vruchten af."

Benoit De Freine

Als de nacht valt in Kamp Koulikoro, is het feest. De Albanese militairen vieren onafhankelijkheidsdag en hebben taart gebakken. In andere omstandigheden zou het bier rijkelijk vloeien en zou er tot in de vroege uurtjes gefeest worden. In Kamp Koulikoro is de bar dicht om 22.30 uur en trekt iedereen naar zijn kamer. Die is doorgaans te delen met drie andere militairen. Stapelbedjes onder een muskietennet, een paar lockertjes en een bureau met een stoel. En - zoals altijd - iets te weinig stopcontacten om de telefoons van iedereen op te laden en contact met het thuisfront te verzekeren. Extreem belangrijk, als je hier een paar maanden zit. Het donkere kamp wordt 's nachts verlicht door de schermpjes van de vele smartphones en de gesprekken met het thuisfront.



's Ochtends worden we verwacht op de veiligheidsbriefing. Sergeant Vasco voert vandaag in Zuid-Koulikoro een 'sociale patrouille' uit en wil dat iedereen tot in de puntjes voorbereid is. De legerbasis verlaten, is immers niet zonder gevaar. En sergeant Vasco meent het serieus. Hier is géén ruimte voor een foutje. "De situatie in Mali is bij momenten zo explosief dat het minste foutje tot ruzie, opstand, rellen of erger zou kunnen leiden", zegt de teamleider. "Maar we zijn niet alleen. Bij het minste incident staan er Quick Reaction Forces klaar. Snelle, zwaarbewapende interventieteams. Het eerste is hier in vijf minuten, het tweede in een kwartier en het derde in een half uur." Geruststellend. De briefing eindigt met een wachtwoord dat we allemaal moeten onthouden voor als we ergens moeten schuilen en wachten op bevrijding.

Zo'n sociale patrouille klinkt als een gezellig uitje, maar het is een bloedserieuze opdracht om in korte tijd zoveel mogelijk informatie te verzamelen over wat er zich afspeelt in de dorpen. "Zijn er belangwekkende gebeurtenissen geweest, staan er dingen op til? Zijn er onbekenden die zich onder de bewoners hebben gemengd? Terroristen? Wat speelt er allemaal?"

Benoit De Freine

We trekken naar één van de dorpsoudsten, Konimbo Coulibaly. In zijn wijk in Zuid-Koulikoro heeft de man evenveel aanzien en evenveel te zeggen als een burgemeester in ons land. Meer, eigenlijk. Als Konimbo Coulibaly spreekt, zwijgen anderen. Terwijl een deel van de zwaarbewapende militairen de pantservoertuigen bewaken en een ander deel op de uitkijk staat aan voor- en achteruitgang, zet sergeant Vasco zich naast de dorpsoudste voor een gesprek. "Radicaliserende jongeren zijn hier niet", sust Coulibaly. "In de moskeeën wordt zelfs geen aandacht besteed aan extremisme, onze imam is niet radicaal." Het leven is goed, in Zuid-Koulikoro, als het van de dorpsoudste afhangt. Maar sergeant Vasco laat zich niet van zijn stuk brengen. "Veel jongeren gaan niet naar de moskee, maar radicaliseren in alle stilte, achter hun computer. Maar mensen als u kunnen dat zien. Het is aan u om ons in te lichten." Coulibaly voelt zich een bondgenoot en schudt de hand van de Belgische sergeant. Als die hem dan ook nog toelaat eens een blik te werpen in het grote pantservoertuig, is de man de koning te rijk. En de dorpelingen kijken toe. Taak volbracht. Afwachten of de dorpsoudste straks die cruciale inlichtingen zal overmaken.



50 baby's per maand

Het team rond sergeant Vasco stopt ook aan het Centre Santé Secondaire, een redelijk nieuwe materniteit waar wel 50 baby's per maand ter wereld worden gebracht. In, het moet gezegd, Afrikaanse toestanden. Op een zwaar verroeste bevallingstafel en met materiaal waarmee je nog geen autoband wil vervangen. "Zelfs geen gordijntje tussen twee bevallingstafels", zeggen de verpleegsters. De Belgische militair luistert begripvol, wel een uur lang. "Het was een goed contact", zegt de sergeant achteraf. "We zijn veel te weten gekomen, we hebben ook vertrouwen gewonnen. Daar gaat immers ook om: winning hearts and minds. Want met vechten alleen winnen we deze strijd niet." Beloftes heeft de militair niet gemaakt, maar binnen enkele weken, bij een nieuwe sociale patrouille, worden de verpleegsters verrast door een paar gordijnen van Belgische makelij. Dat staat nu al vast.

Terug in Kamp Koulikoro doen de militairen hun 30 kilo zware uitrusting uit. Kogelwerende vesten en helmen worden opgeborgen. Een geslaagde dag, want veel informatie verzameld. En veel Malinezen getraind. Al voel je bij sommige Belgen dat ze méér willen doen. "Eigenlijk worden wij jarenlang getraind om te vechten. Wij hadden in het noorden moeten zitten, sámen met de Malinezen die we opleiden. We kunnen meer dan opleiding geven."

Terug in hoofdstad Bamako werpen we dat voor de voeten van brigadegeneraal Bart Laurent, die nog tot januari de leiding heeft over de hele EUTM-missie in het land. "Dat klopt, dat onze Belgen méér kunnen. Ik ben er geweldig fier op. Maar ik denk niet dat in België veel begrip zou opgebracht worden voor het moment dat we enkele van onze jongens in een bodybag naar huis moesten sturen."

Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine
Benoit De Freine



6 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • bert paulussen

    Toch raar dat de aanhangers van "de godsdienst van de vrede" steeds garant staan voor zo veel oorlogen en miserie?

  • johannes van Wetten

    Dit is een liedje zonder einde, steek daar geen geld meer in, of goederen. Ook manschappen terug roepen, want dit is zinloos.Zie eens na tientallen jaren in Afghanistan, veel militairen gedood in een uitzichtloze situatie, overlopers naar de taliban, die weer de macht grijpen.

  • Jack Dereder

    Trots op onze jongens.

  • Erik Neyt

    Belgisch leger doet daar wel zijn job.Maar eens ze weg zijn zal alles wat er geleerd is in de vuilbak worden gekieperd,en zal men terug vervallen in de oude patronen.

  • paul lemmens

    je moet niet andere politieagenten op eren als je in je eigen land het niet eens klaar krijgt , weg gegooid geld van deze verkwistende regering