Onderzoekster Universiteit Gent ontdekt rol van nieuw gen in huidkanker

UNKNOWN
Het eiwit neurofibromine (NF1) werkt samen met het BRAF-gen bij het ontstaan van kwaadaardig melanoom, een agressieve vorm van huidkanker. Dat soort melanomen zou doeltreffend behandeld kunnen worden met een combinatie van twee nieuwe therapieën. Dat blijkt uit onderzoek van de Gentse wetenschapper Ophélia Maertens, meldt de UGent.

Melanoom is een agressieve vorm van huidkanker die wordt veroorzaakt door het ongecontroleerd groeien van pigmentcellen, zegt Maertens. "Defecten in het BRAF-gen spelen een belangrijke rol in het op gang brengen van deze ongeremde celdeling, maar zijn op zich onvoldoende om een tumor te vormen. Algemeen wordt aangenomen dat voor de ontwikkeling van huidkanker dus bijkomende genetische veranderingen noodzakelijk zijn, maar het blijft onduidelijk welke genen hierbij precies betrokken zijn en waarom."

Maertens, die verbonden is aan het Centrum voor Medische Genetica van de UGent, voerde doorgedreven onderzoek uit aan de Amerikaanse Harvard Medical School. Haar onderzoek toont nu aan dat het tumoronderdrukkend eiwit neurofibromine (NF1) samenwerkt met BRAF bij het ontstaan van kwaadaardig melanoom. "De interactie tussen beide genen resulteert in het ongecontroleerd doorgroeien van pigmentcellen en zorgt zo voor een versnelde tumorvorming. Opvallend is dat melanomen die zowel BRAF- als NF1-mutaties dragen, relatief resistent zijn tegen een onlangs ontwikkeld nieuw specifiek melanoom geneesmiddel, maar zeer gevoelig blijken voor de combinatie van twee andere nieuwe therapieën."

Inzicht in de aard van de genetische defecten aanwezig in melanoom kan dus van direct belang zijn bij de keuze van de meest effectieve behandelingsstrategie, besluit de onderzoekster.