Onderwijs kost 11,7 miljard, en bijna alles gaat naar lonen

RV
Ook in 2018 moest het grootste gedeelte van het budget voor onderwijs gebruikt worden om de lonen van het onderwijspersoneel te betalen. Dat blijkt uit een analyse van de cijfers uit de statistische jaarboeken van het Vlaams ministerie.

Vorig jaar heeft de overheid 11,7 miljard euro belastinggeld ter beschikking gesteld om de scholen te financieren. 8,4 miljard daarvan ging naar het basis en secundair onderwijs, en van dat bedrag moest liefst 7,1 miljard gebruikt worden om lonen uit te betalen. Dat is 84,5% van de beschikbare middelen. Die zware loonkost is een historisch gegeven, maar hij is in de voorbije 17 jaar wel gestaag toegenomen.

Van het geld dat overblijft nadat alle inspecteurs, directeurs, leerkrachten en pedagogische begeleiders betaald zijn, gaat het grootste deel naar de werkingsmiddelen. In 2018 kregen de lagere en secundaire scholen daarvoor 1 miljard. Wat dán nog rest, dient voor de renovatie van scholen. In 2018 had de Vlaamse overheid daar in het lager en middelbaar samen zo'n 285 miljoen euro voor veil. 

Véél te weinig, volgens de onderwijskoepels. Zij becijferden dat er minstens 6 miljard nodig is voor de renovatie van schoolgebouwen. Het gaat om 3 tot 4 miljard voor het gemeenschapsonderwijs en nog eens 2,97 miljard voor het katholiek, provinciaal en gemeentelijk onderwijs. Reden is het verouderde patrimonium. 60% van de Vlaamse scholen is gebouwd vóór de jaren 70. Omdat er sindsdien te weinig is geïnvesteerd, is er een structurele achterstand ontstaan.

Lees ook binnen HLN+De prijs van ons onderwijs (deel 1): hoe wordt 11,7 miljard euro aan belastinggeld echt besteed?