Leerkrachten vierde leerjaar bezorgd over één leerling op drie

UNKNOWN

Leerkrachten uit het vierde leerjaar van de basisschool maken zich zorgen over 29,5 procent van de leerlingen. Per leerkracht schommelen de percentages van 6 tot 59 procent. Bij iets meer dan de helft stelt zich één probleem, maar bij een beperkt aantal loopt dit op van drie tot vijf. Dat blijkt uit een bevraging van 222 leerkrachten uit diverse type scholen in Vlaanderen door het onderzoekcentrum Pragodi (Hogeschool-Universiteit Brussel).
 
27,1 procent van de problemen slaat op het leren van specifieke vakken, vooral Nederlands (13,1 procent) en wiskunde (12,6 procent). Op de tweede plaats komen de socio-emotionele moeilijkheden (14,29 procent), gevolgd door moeilijkheden op het vlak van intellectueel functioneren (12,5 procent), met name leerachterstand of hoogbegaafdheid. Tot slot zijn er nog moeilijkheden met leerhouding (11,4 procent), leerstoornissen (6,3 procent), ontwikkelingsstoornissen (5,8 procent) en psychische problemen (3,6 procent). Grosso modo heeft de helft van de problemen te maken met het verwerven van leerstof en kennis.
 
Bovenstaande resultaten bewijzen volgens de onderzoekers dat vele leerkrachten naast leergerelateerde problemen ook aandacht hebben voor andere problemen die een optimale ontwikkeling van het kind in de weg kunnen staan en een aanpak op maat van het kind eisen. Voor een aantal problemen blijkt echter dat er weinig of geen hulp wordt gezocht buiten de school of dat de leerkrachten daar geen weet van hebben. Zeker bij socio-economische problemen, een moeilijke thuissituatie en intellectuele moeilijkheden zoals bij zwak- en hoogbegaafden is dat vaak niet het geval. (belga/lpb)